Wetenschap & Cultuur

Wetenschap en Cultuur is een belangrijke pijler van het Nederland-Rusland Centrum. Het NRCe organiseert culturele programma’s en biedt daarnaast onderwijsprogramma’s over uiteenlopende onderwerpen aan. Het NRCe heeft jarenlange ervaring met archiefonderzoek in Russische archieven en heeft enkele databases met Russische archivalia in beheer. Ook organiseren wij met enige regelmaat publieksgerichte lezingen over uiteenlopende onderwerpen.

Het NRCe is het initiatief van de Rijksuniversiteit Groningen en de Gasunie. De wetenschappelijke kennis, waarover het Nederland Rusland Centrum beschikt, wordt door diverse instituten en overheidsinstellingen benut, zoals o.a. het Instituut Clingendael te Den Haag, alsmede enkele Nederlandse ministeries.

 

Nieuwsoverzicht

Boris Pasternak. Dokter Zjivago.

Boris Pasternak. Dokter Zjivago. Amsterdam, Van Oorschot, 2016, 687 p. Vert. Aai Prins.

Pasternak was een van de grote Russische dichters van de XXe eeuw die in de jaren dertig niet meer kon publiceren en moest vluchten in vertalingen van Duitse, Engelse en Georgische schrijvers. Het is voor velen een raadsel dat hij de terreur van Stalins vleesmolen overleefd heeft. Na WO II begon hij in stilte te werken aan zijn roman Dokter Zjivago, waar hij ongeveer tien jaar aan geschreven heeft. De roman wordt afgesloten met een cyclus van 25 gedichten, waarvan er tien konden verschijnen in 1954. Toen werd ook de publicatie van de roman zelf aangekondigd, maar wellicht door de voor de Sovjets dramatische gebeurtenissen in Polen en Hongarije in 1956 werd de roman verworpen als ‘historisch niet objectief’. Inmiddels waren de vertaalrechten al verkocht aan de Italiaanse (communistische) uitgever Feltrinelli, die het boek in 1957 uitbracht. Algauw werd het boek vertaald in alle talen, het werd een sensatie – voor het eerst bracht een gerenommeerd schrijver vanachter het IJzeren Gordijn kritiek op het marxisme en de revolutie.

In 1958 kreeg Pasternak de Nobelprijs wegens ‘zijn belangwekkende bijdrage aan de hedendaagse poëzie… alsmede aan de vertelkunst, in het spoor van zijn grote Russische voorgangers’. De Sovjets waren razend en noemden de prijs ‘een politieke daad tegen de Sovjetstaat’ en de auteur een ‘binnenlandse emigrant’, ‘een doodsbange bourgeois die zich gekrenkt en beangstigd voelt doordat de geschiedenis niet de kromme wegen ging die hij haar wilde voorschrijven’. Geïntimideerd door de vulgaire hetze van zijn collega’s uit de Schrijversbond (die het boek niet gelezen hadden!), zag Pasternak ‘vrijwillig’ af van de Nobelprijs. Hij smeekte Chroesjtsjov hem niet het land uit te zetten: ‘Vertrek uit mijn Vaderland staat voor mij gelijk aan de dood. Ik ben aan Rusland gebonden door mijn geboorte, mijn leven en werk. Ik kan mij mijn lot niet buiten en los van Rusland voorstellen’.

Het boek werd meteen een bestseller in het Westen, dit werd nog in de hand gewerkt door de verfilming in 1965 door David Lean, die zich tot het verhaal beperkt. De roman heeft klassieke allures: hij speelt zich af op verschillende plaatsen in Rusland, er treden veel personages in op en het schetst een groot historisch kader (1903-1929). Het boek verhaalt de lotgevallen van dokter Joeri Zjivago die met zijn gezin op de vlucht gaat voor de revolutie en in de Oeral een vroegere kennis (Lara) vindt, met wie hij een verhouding begint. Door de chaos van de burgeroorlog, die Rusland in zijn greep heeft, raakt hij gezin en geliefde kwijt en belandt ten slotte in Moskou, waar hij in armoede en verlaten in 1929 sterft.

Het boek heeft geen doorlopende handeling, maar brengt afzonderlijke scenes, wat de auteur door sommige critici als een zwak punt werd aangerekend, het werk zou te ‘fragmentarisch’ en te ‘impressionistisch’ zijn. Net of het Pasternak om een episch samenhangend verhaal van een rationeel verklaarbare wereld te doen zou zijn geweest! De roman is in de eerste plaats een lyrische en geen epische tekst. Het gaat niet zozeer om de geschiedenis van Rusland in de XXe eeuw, maar om de dichter en hoe hij zich tot de wereld richt, het gaat om de innerlijke ervaring van de schrijver. Kritiek was er ook op het toeval dat in de roman een grote rol speelt. De 25 gedichten die het boek afronden, zijn geen appendix, maar een integrerend deel van de roman, ze bieden een sleutel tot de interpretatie van het boek als poëtische tekst. Heel het boek zit vol metaforen en symbolen en de levensweg van Joeri Zjivago wordt religieus ingebed (zijn leven is de calvarie die hij vrijwillig aanvaardt, zijn dood de verrijzenis). Joeri Zjivago is een typische vertegenwoordiger van de culturele elite die na de revolutie probeert haar onafhankelijkheid te bewaren en zo kun je de roman lezen als de lyrische monoloog van een intellectueel die in de jaren dertig een droevig lot te wachten staat.

Het boek is niet pessimistisch, het is eerder een loflied op het leven, waarin de natuur, de liefde en de schoonheid boven alles staan, het leidmotief is het licht (zoals in het gedicht Winternacht). Je kunt het ook bezwaarlijk een politieke roman noemen, het is een filosofisch boek. Zjivago rebelleert niet tegen de Sovjetstaat, hij is integendeel bereid zijn lijdensweg tot het einde te gaan, maar hij staat wel op in naam van een vertrapt ideaal – het individu. De polemiek in de roman ligt niet op het politieke, maar op het morele vlak: ‘ik kan niet meer in extase geraken over de ideeën van een algemene vervolmaking, zoals die sinds de Oktoberrevolutie worden uitgedragen’ en ‘ik word wanhopig als ik hoor over een herschepping van het leven’ of ‘Het goede moet door middel van het goede worden bereikt’. De visie van Zjivago op het revolutionaire Rusland: ‘van heel Rusland is het dak weggeblazen en samen met het hele volk zitten we in de openlucht’.

Vorig jaar werd bekend dat de roman een grote rol heeft gespeeld in de Koude Oorlog: de CIA heeft mede de Russische editie van Pasternaks boek gefinancierd en meegewerkt aan de illegale verspreiding ervan onder Sovjetburgers (o.a. tijdens de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel). Het boek heeft geschiedenis gemaakt in de Sovjetunie: het was het eerste werk van de zgn. ‘tamizdat’ (werken die in de Sovjetunie verboden waren, maar in het Westen gepubliceerd en teruggesmokkeld werden achter het IJzeren Gordijn). Het is een van de meest gelezen en uitgegeven werken van de XXe-eeuwse Russische literatuur en zal ongetwijfeld de XXIe eeuw overleven als een van de indrukwekkende werken van een grote onafhankelijke intellectueel. De hetze rond zijn boek heeft Pasternak gekraakt. Later zou partijleider Chroesjtsjov toegegeven hebben dat de hardleerse partijjongens hem te grazen hadden gehad en dat hij de roman gewoon had moeten uitgeven.

Dit boek was toe aan een nieuwe vertaling. De oude vertaling van Nico Scheepmaker moet nu de plaats ruimen voor een nieuwe, sprankelende vertaling van Aai Prins. Een fantastische aanwinst van de Russische bibliotheek van Van Oorschot.

 

Emmanuel Waegemans

Dubravka Ugrešić. De vos.

Dubravka Ugrešić. De vos. Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 2017, 352 p. Originele titel ‘Lisica’, uit het Kroatisch vertaald door Roel Schuyt. ISBN 978 90 388 0265 7.

Op de omslag van het boek staat ‘De vos. Roman’, maar de aanduiding van het genre is niet terug te vinden op de titelpagina, de enige serieuze bron voor een professioneel bibliograaf. Het is waarschijnlijk de uitgever die zich deze frivoliteit veroorloofd heeft – in de Kroatische uitgave (Zagreb, uitgeverij Fraktura, 2017) is van roman geen sprake. Niet dat dit een onvergeeflijke zonde is van de Amsterdamse uitgever, maar het dwingt de lezer wel in een bepaalde hoek. Misschien is het een truc van de uitgever, een verkoopstunt – verkoopt een roman niet beter dan een essaybundel?

Zelf zou ik er niet zo gauw het label roman op plakken. Wat voor een roman is het trouwens? Een filosofische roman, een liefdesroman, een oorlogsroman, een avonturenroman soms? Een historische roman? Ik zou er eerder een Bildungsroman in zien, een in zes hoofdstukken uitgewerkte intellectuele biografie van de literator en literatuurwetenschapper Dubravka Ugrešić (uitspraak : Oegrèsjietsj). Niet dat hier heel de intellectuele Werdegang van de auteur uit de doeken wordt gedaan, maar slechts enkele episodes. Die situeren zich vooral in en rond de Slavische wereld.

Dubravka Ugrešić is een Kroatische schrijfster die zich bij het instorten van het communisme en het uiteenvallen van communistisch Joegoslavië in de jaren negentig afgezet heeft tegen de oorlog, tegen het nationalisme (Kroaten tegen Serviërs, Serviërs tegen Kroaten) en tegen de haat en xenofobie die daarmee gepaard gingen. Dat heeft haar heel wat vijandschap opgeleverd, bedreigingen (‘verraadster!’), zodat ze ten slotte naar Nederland is geëmigreerd, waar ze sinds 1995 woont.[1] Dat haar laatste boek – het verhaal van de vos in haar leven – nu toch in Kroatië kon verschijnen, zou erop kunnen wijzen dat het verbolgen vaderland zich met zijn ‘afvallige’ intellectueel verzoend heeft. Een groot deel van haar boek gaat over Joegoslavië en de ‘verblinding’ die nu in de zes deelstaatjes heerst. Het boek is dus voor een groot deel autobiografisch, maar het is natuurlijk veiliger het over het ik-personage te hebben.

Aan het boek van Ugrešić is kop noch staart te krijgen. Het is geen zoölogische studie over de vos, ook niet een cultuurhistorische of literaire studie over de vos (Reynaert bv.) of over de betekenis van de vos in de literatuur of de cultuur van de auteur en van de landen die ze bezoekt en waarvan ze de talen spreekt. Maar de vos is wel een motief en zelfs een leidmotief. In de zes delen van het boek komt een (de) vos voor, in de Slavische talen vrouwelijk (lisica, uitspraak [liesietsa], klemtoon op de tweede lettergreep), maar in het Nederlands mannelijk (mannetjesvos, vosrekel). In fabels en verhalen wordt de vos gewoonlijk afgeschilderd als slim en sluw. Door in te spelen op de zwakheden van de anderen, kan hij ze bedriegen en misleiden. Merkwaardig is dat dit niet belet dat de vos doorgaans sympathiek overkomt. De mensen houden van slimmeriken en ook wel van zorgeloze grapjassen. Of de vos in het verhaal van Ugrešić per se vrouwelijk moet zijn, wordt niet duidelijk.

In het hoofdstuk over Nabokov en zijn vlindervangst (deel vijf ‘Little Miss Footnote’) vertelt Ugrešić een onwaarschijnlijke geschiedenis over de grote literatuursnob en lepidopterist (vlinderkundige) Vladimir Nabokov die een nog nooit beschreven soort vlinder aantreft op de venusheuvel van een studente van hem met wie hij op vlinderjacht is in de Grand Canyon. Haar vriend noemt haar schaamheuvel soms ‘mijn vosje’ (285).[2] Wellicht was deze seksuele metafoor nodig om toch ook in dit hoofdstuk al was het maar één keer een vos te vernoemen. Maar in al de andere hoofdstukken neemt hij (zij?) een prominentere plaats in.

In deel een (‘Verhaal over hoe verhalen ontstaan’) wordt de geschiedenis gereconstrueerd van een verhaal van de twintigste-eeuwse Russische schrijver Boris Pilnjak die in Tokyo kennismaakte met een Japanse schrijver die beroemd geworden was door een roman waarin hij zijn (seksuele) relatie met een Russische vrouw beschreef.[3] Wanneer de vrouw, die het Japans onkundig is, erachter komt waar de roman over gaat, breekt ze met de schrijver en vertrekt terug naar Rusland. Deze geschiedenis komt Pilnjak te weten van iemand die op het Sovjetconsulaat werkt. Die neemt hem mee naar de bergen boven de stad om hem de tempel van de vos te laten zien. ‘De vos is de godheid van sluwheid en verraad. Als de ziel van een vos zich in een mens vestigt, is het geslacht van deze mens vervloekt’. ‘De tempel is gelegen in de schaduw van ceders, op een rots die loodrecht naar zee afdaalt, en op het altaar van de tempel liggen vossen uit te rusten. Je kijkt vandaar uit op de bergen en de oceaan en het is er buitengewoon stil. Daar, op die heilige plaats, denkt Pilnjak na over de vraag hoe verhalen ontstaan’ (10, 348). Misschien is het hier de plaats om de vraag te stellen hoe boeken ontstaan, hoe het boek van Dubravka Ugrešić is ontstaan. Pilnjak zegt ook nog ‘De vos is het totemdier van de schrijvers’ (348). Wellicht ligt hier de sleutel tot dit boek: een boek over hoe boeken/verhalen ontstaan, hoe we zelf een deel worden van de grote verhalen van de wereldliteratuur. Zoals gezegd, is het een hybried boek, geen essay, maar ook geen roman, eerder een wandeling door de literatuur, meer bepaald van de Russische avant-garde, doorweven met persoonlijke belevenissen (vooral in deel drie ‘De tuin van de duivel’ over haar kennismaking en kortstondige relatie met de kraker van haar buitenhuis).

Die wandeling navoltrekken of navertellen is onbegonnen werk, er komen te veel namen en literaire werken in voor, te veel schrijvers, critici, kunstenaars, verzamelaars en wetenschappers, zodat je je weleens afvraagt wat de rode draad is, maar die is er m.i. niet of is alleen te vinden in het leidmotief. Dit is geen kritiek of verwijt. Dubravka Ugrešić vertelt hoe ze als jonge studente uit het nog communistische Joegoslavië naar Moskou trok om er een jaar Russische literatuur te gaan studeren en zo in contact kwam met half vergeten of half verboden schrijvers van de bloeiende avant-garde van de jaren twintig en dertig. Die literatuur heeft een grote invloed op haar gehad en zonder twijfel in goede zin. Ze heeft oog voor de waardevolle werken en schrijvers die de dictatuur van het Stalintijdperk overleefd hebben en nu overal hoog aangeschreven staan en wereldwijd gelezen of bestudeerd worden.

Er staan mooie verhalen (p. 106-107), anekdotes, fabels (p. 197 ‘de vos en de ooievaar’), legendes, sprookjes, volksversjes over vossen in (p. 215 of een Bulgaars volksliedje over ‘de vos die weduwe werd’, p. 297), te veel om op te sommen, en het is een hele puzzel om de filosofie van de auteur te achterhalen. Een van de hoofdstukjes van deel vier heet ‘Vossen houden van verlaten plekken’ (231) en ‘Vossen houden van eenzaamheid’ (263). Misschien is Ugrešić zelf een vos en wil ze zich terugtrekken op een rustig plekje waar ze niet lastig wordt gevallen – door oppervlakkige studenten die te lui zijn om te lezen, door opdringerige krakers van haar eigen huis, door doordrammende nationalisten die haar een ideologie van haat willen opdringen, ze worden allemaal opgevoerd in dit boek.

‘De vloek van de vos is dat ze niet geliefd is. Ze is niet zo sterk dat ze ons angst of ontzag inboezemt, en ze is ook niet van een adembenemende schoonheid. En hoe kun je van iemand houden die voortdurend van uiterlijk en karakter verandert, die je op het ene moment trouw volgt en op het andere moment bereid is om je voor elke redelijke prijs te verkopen, en van wie we nooit zeker weten of ze tot de wereld van de levenden behoort of tot die van de doen. De vos is geen dier, geen mens, zoals wij, en ook geen godheid. Ze is een eeuwige blinde passagier, een migrante die met gemak door de werelden reist, en als ze bij controle geen vervoersbewijs kan tonen, laat ze een paar balletjes op haar staart ronddraaien en vertoont ze wat andere goedkope kunstjes. Ze is zo kortzichtig (o, wat een zwakheid van dat vosje!) om de kortstondige bewondering die zij dan oogst, als liefde op te vatten. Dat zijn haar gloriemomenten. Al het andere is slechts een verhaal van angst, van een eeuwigdurende vlucht voor kogels en blaffende jachthonden; een verhaal van vervolging, klappen, wonden likken, vernedering, eenzaamheid en een goedkope troost: een ratel, gemaakt van kippenbotjes’ (351). In dit portret zit waarschijnlijk veel uit het leven van Dubravka Ugrešić zelf verwerkt.

De Kroatische schrijfster is goed vertegenwoordigd (vertaald) in het Nederlands[4] en heeft niet te klagen over een tekort aan literaire prijzen en onderscheidingen.[5] En terecht: een boeiende schrijfster met een precieze taal en stijl over intrigerende, zij het niet altijd duidbare onderwerpen over dingen die ons allemaal aanbelangen – literatuur, integriteit en vrijheid.

[1] Zie Nationaliteit: geen (1993, een bundeling van haar columns in NRC Handelsblad) en De cultuur van leugens (1995, essaybundel).

[2] In het Erotisch woordenboek (Utrecht-Antwerpen, Het Spectrum, 1980) komt deze aanduiding niet voor.

[3] Te vinden in Boris Pilnjak. Stad der stormen en andere verhalen. Amsterdam, Arbeiderspers, 1993 (‘Verhaal over hoe verhalen ontstaan’).

[4] De sleutel-roman ontsloten, Het leven is een sprookje, Verboden te lezen, Ministerie van pijn, Niemand thuis, Baba Yaga legt een ei, Europa in Sepia.

[5] In Engeland, Amerika, Duitsland, Oostenrijk en Italië.