Arkadi Avertsjenko. Een dozijn messen in de rug van de revolutie

Arkadi Avertsjenko. Een dozijn messen in de rug van de revolutie. Дюжина ножей в спину революции. Amsterdam, Pegasus, 2014, 135 p.  Vertalerscollectief.

Na 1917 verlieten zo’n anderhalf miljoen Russen hun land in de greep van de revolutie. Daaronder zaten heel wat getalenteerde schrijvers, sterker nog: de kopstukken van de schrijverswereld verkozen het Rusland van de bolsjevieken de rug toe te keren. De beroemdste zal Ivan Boenin worden (Nobelprijs 1933), later de tweetalige schrijver Vladimir Nabokov. Sommige talenten werden pas in de late jaren ’80 ontdekt, zo bv. de schitterende vertelster Nina Berberova of, onlangs nog, Gajtano Gazdanov met zijn Het fantoom van Alexander Wolf. Maar ook al in de jaren ’30 kregen geëmigreerde Russen de aandacht die ze verdienden.  Zo verschenen in 1939 in Antwerpen Grotesken en in 1947 Een wervelstorm, twee bundels verhalen van de voor de Revolutie populaire humorist Arkadi Avertsjenko. Daarna was het lang stil rond deze niet onverdienstelijke verteller. In 1989 verscheen nog eens een vertaling van een emigré : de Wereldbibliotheek bracht Alles over liefde van Nadezjda Teffi uit, een bundel verhalen over Russische zonderlingen (tsjoedaki) die er maar niet in slagen liefde te realiseren – mislukte, doorgetrapte, op hol geslagen Russen. Het is een waardevol boek over het leven in de Russische diaspora.

Een dergelijke ambitie heeft ook Avertsjenko met zijn bundel verhalen ‘in de rug van de revolutie’ gestoken, maar het opzet is bescheidener: het gaat over Russische emigrés die heimwee hebben naar het Rusland van voor de revolutie, naar de ‘goede oude tijd’. Met vertedering schrijft hij over het mooie, gelukkige, idyllische leven voor 1917, dat in zijn toonzetting doet denken aan de eerste bladzijden van Nabokovs memoires. De alles verterende vraag is ‘Waarom hebben ze Rusland toch zo…?’ – zoals bekend, heeft de Russische zin niet per se een werkwoord nodig, dus: ‘de beulen aller landen’ hebben Rusland toegetakeld, kapot gemaakt, naar de bliksem geholpen…  En dat terwijl de auteur aanvankelijk wel te vinden was voor de Revolutie: ‘Had Rusland een revolutie nodig? Ja, natuurlijk. Wat is een revolutie eigenlijk? Het is een omwenteling en een verlossing. Maar wanneer de verlosser dan omgewenteld en verlost heeft en zich daarna zo stevig op uw rug heeft genesteld dat u opnieuw en nog veel erger dreigt te stikken in uw doodsangst en krampen, die veroorzaakt zijn door honger en een hondenleven, en wanneer er geen einde komt aan die last op uw rug, dan denkt u : laat-ie naar de hel lopen, die verlosser! Ikzelf ben, en ik neem aan u ook, als u niet gek bent, in staat hem niet alleen een dozijn, maar zelfs twaalf dozijn ‘messen in de rug te steken’.

Het is een troost voor de anticommunist Avertsjenko dat de bolsjevieken er niet in geslaagd zijn heel Rusland te vernietigen: ‘Als ik aan het oude, lang vervlogen Rusland denk, dan is er één ding dat mij altijd ontroert : het was zo’n rijk, welvarend en weelderig land dat zelfs de massale, stiekeme en openlijke roof van de laatste drie jaar alle verzamelde rijkdommen van het oude Rusland niet heeft kunnen uitputten’. Over de proletariërs die de plak zwaaien in het nieuwe Rusland heeft Avertsjenko weinig vleiende woorden over: ‘Zo wonen ze dus. Als er zo’n figuur de woning binnenkomt, maakt hij met zijn laarzen de vloer smerig, spuugt, gooit z’n peuk weg, drukt voor de lol een luis op de muur dood en gaat weer aan het werk: contrarevolutionairen fusilleren en pure alcohol zuipen. Hij leidt het troosteloze leven van een zwerfhond. Dat is nou de nieuwe baas van het nieuwe Rusland’.

Lenin was eerlijk genoeg om de bundel verhalen een talentvol boekje te noemen, maar hij vond wel dat ze geschreven waren door ‘een witgardist die zo vertoornd is dat hij er bijna zijn verstand bij verloren heeft’.  Wellicht is dit de beste aanbeveling voor de lezer van vandaag. De vertaling is goed en betrouwbaar en doeltaalgericht (de voor ons moeilijke historische realia als petljoerovtsy en machnovtsy worden vertaald als nationalisten en anarchisten, maar Dvorjanskoje sobranië (= Adellijke Club) blijft onvertaald), ondervertaald is ‘oerodlivosti tsarizma’ (‘de misstanden van het tsarendom’) i.p.v. de monsterachtigheden, het monsterachtige, wanstaltige, perverse, of gewoonweg het ‘monsterachtige tsarisme’. Ook de vertaling ‘meeloper’ (soglasjatel’), toegepast op Trotski, uitgerekend de man die de term meeloper (popoettsjik) gelanceerd heeft, is te gemakkelijk: veel historischer is ‘opportunist’ (‘wie compromissen sluit met de burgerij tegen de belangen van de arbeidersklasse in’), dé scheldterm voor de politieke tegenstanders van Stalin na de dood van Lenin.

Samen met de degelijke inleiding is deze bundel weer een mooie aanwinst voor elke russofiel.

                                                                                                                                     Emmanuel Waegemans