Björn Rzoska. Gedeelde grond

Björn Rzoska. Gedeelde grond. S.l., Ertsberg, 2024, 222 p.

De auteur is een bekende figuur in Vlaanderen. Hij zit in het parlement voor Groen en is auteur van het interessante, genuanceerde boek over collaborateurs in WO II : Opgesloten tussen zwart, wit en grijs (2018) over het Hechteniskamp Lokeren, waar in de jaren na de oorlog duizenden collaborateurs opgesloten zaten. Het is een herwerkte versie van zijn in 1999 verschenen boek Zij komen allen aan de beurt, de Zwarten : het kamp van Lokeren, 1944-1947.

Zijn nieuw boek brengt het relaas van zijn twee grootvaders : de ene een Vlaming, de andere een Pool (vandaar zijn Poolse familienaam). Het heeft hem altijd geïntrigeerd wat zijn grootvaders in de oorlog allemaal gedaan hebben en vooral wat ze daarover in familiekring vertelden. In dit boek doet hij uitvoerig onderzoek naar de ware achtergrond van beide grootvaders en komt tot de bevinding dat ze allebei logen over hun oorlogsverleden.

Voor de ene grootvader is dat een sterk verhaal. Paul Semers neemt nog voor de inval van nazi-Duitsland in de Sovjetunie met operatie Barbarosse (22 juni 1941) dienst in het Duitse leger bij de Waffen-SS. Hij komt dan terecht in Oekraïne. Wat hij daar allemaal gedaan heeft, hangt in het duister. Volgens eigen zeggen, heeft hij er nooit deelgenomen aan gevechten, razzia’s e.d., maar heeft hij er als chauffeur gewerkt. Zijn rechtvaardiging na de oorlog is dat hij zich als katholiek genoodzaakt voelde te gaan vechten tegen het ‘goddeloze bolsjevisme’, maar hij verzwijgt daarbij dat hij al voor de inval in de Sovjetunie dienst heeft genomen bij de nazi’s. M.a.w. hij verdoezelt dat hij een overtuigd nationaalsocialist was die geloofde in de zege van het Grootduitse rijk, het nazisme en de bruine toekomst. Vlaanderen interesseerde hem niet, hij vertrok dus niet als Vlaams nationalist.

Rzoska is een van de vele historici (hij heeft geschiedenis gestudeerd aan de UGent bij Bruno Dewever, die zelf intenstief bezig is met de studie van WO II en vooral dan de collaboratie, en nu ook met het verzet) die brandhout maken van de bewering, de verontschuldiging van vele collaborateurs dat ze uit ‘idealisme’ zijn gaan vechten – tegen de communisten, of hier te lande gecollaboreerd hebben – uit Vlaams idealisme, in de hoop dat de Duitsers de Vlaamse aspiraties (zelfstandigheid) zouden waarmaken.

De grootvader besefte natuurlijk na de oorlog dat hij weinig indruk zou maken met een verhaal over het geloof in de overwinning van het nationaalsocialisme, vooral na het debacle van de oorlogszuchtige bedoelingen van het Derde Rijk en nadat de verschrikkingen in de concentratiekampen aan het licht waren gekomen na de bevrijding door de Amerikanen en de Russen van de vernietigingskampen. Daarom verzon hij een fatsoenlijke, eerbare verklaring voor zijn optreden. Volgens de auteur is de man daarin geslaagd, niemand heeft zich ooit afgevraagd of heeft ooit onderzoek gedaan naar wat hij in Duitse dienst allemaal heeft aangericht. Opvallend in de processen die na de oorlog tegen Oostfronters werden aangespannen, is dat zo goed als nooit ingegaan werd op wat die brave Vlaamse soldaten aan het front rond Leningrad en in de Oekraïne allemaal hebben uitgestoken, of ze mee burgers gedood hebben, meegedaan hebben aan de razzia’s tegen de Joden. Blijkbaar was het voor het Belgische gerecht voldoende dat ze het Duitse uniform hadden aangetrokken.

Het pijnlijke aan dit onderzoek is dat de kleinzoon ‘het beeld van mijn grootvader liefdevol in duizend stukken uit elkaar moet slaan’ (19). Maar Rzoska schrikt er niet voor terug om over zijn grootvader, die hij ‘doodgraag’ zag, de harde waarheid te vertellen. Dit aspect van Rzoska’s in het reine komen met het verleden van zijn familie, een soort Vergangenheitsbewältigung, komt dikwijls aan bod in dit boek en maakt er een charmant deel van uit, hoe pijnlijk het voor de liefhebbende kleinzoon ook geweest moge zijn.

De geschiedenis van zijn Poolse grootvader is heel wat minder spectaculair. Een doorsnee Poolse jongen die aan een katholiek college studeerde en in de oorlog versast van ergens rond Danzig naar Breslau (Wroclaw) en daar in een dons- en dekenfabriek werkt. Helemaal tegen het einde van de oorlog, wanneer de Sovjets oprukken naar Berlijn en Polen bevrijden van de nazi’s, wordt het hem te heet onder de voeten en vlucht hij naar het Westen, waar hij dienst neemt bij het Amerikaanse leger in de zgn. Polish Guards. Die plaatsen hem na een jaar dienst over naar Frankrijk, waar hij de eveneens Poolse Jeanine leert kennen, met wie hij tenslotte in Vlaanderen, Waasmunster belandt, waar ook zijn Vlaamse grootvader belandt na zijn vrijlating. Gedeelde grond dus.

Terwijl het verhaal over de Vlaamse grootvader spectaculair is en overtuigend gebracht wordt, is dat over de Poolse grootvader toch heel wat minder evident. Wat viel er nu te verzwijgen voor de man ? Dat hij op de vlucht was geslagen voor de binnenvallende Sovjetsoldaten ? Dat hij tijdens de Duitse bezetting in een dons- en dekenfabriek had gewerkt ? Dat zou hem hier toch niemand kwalijk hebben genomen (76) ? Misschien heeft hij zijn respectabiliteit willen verhogen door zich uit te geven voor een soldaat van het Pools Legioen, dat delen van West-Europa bevrijdde van de Duitsers en daardoor een heldenstatus heeft in de Belgische herdenking van WO II. Hij heeft geprobeerd deze fictieve biografie ook uit te spelen bij de Belgische autoriteiten van wie hij de naturalisatie moest verkrijgen, maar die hebben geen sporen gevonden van zijn deelname aan het Legioen. De auteur vertelt ook niet wat dat Pools Legioen precies was en of zijn grootvader elk jaar naar hun herdenkingen ging om daar oude strijdmakkers weer te zien ? Hij had ook zijn licht kunnen opsteken bij mensen van dat Legioen, waarvan honderden in België zijn blijven hangen en getrouwd zijn met Vlaamse vrouwen. Of bij de grote Poolse gemeenschap in belgië, zelfs in het Waasland, zelfs in Waasmunster. Gemiste kans.

Op dit mankement na is dit een interessant, intrigerend boek, goed en boeiend geschreven, ook de hele zoektocht van de auteur naar zijn grootvaders – in Belgische en buitenlandse archieven – is goed gedocumenteerd en maakt duidelijk hoe moeilijk het is om in het kluwen van een oorlog de waarheid te achterhalen. De grote verdienste van het boek is dat het aan de hand van één familie het verhaal brengt van het zwijgen over de oorlog en niet alleen over het zwijgen, maar ook over het liegen over de oorlog. En dat de goegemeente daar ingetrapt is.