Chris Ceustermans. Geesten van Boedapest. Op zoek naar een verloren vriend in Orbáns Hongarije.

Chris Ceustermans. Geesten van Boedapest. Op zoek naar een verloren vriend in Orbáns Hongarije. Antwerpen, Tzara, 2024, 174 p. ISBN 978 90 223 4094 3.

Chris Ceustermans is bij ons geen onbekende meer. Hij debuteerde in 2014 met de roman De boekhandelaar, een bevreemdende geschiedenis met een origineel gegeven. Daarna heeft hij nog meer bekendheid gekregen door zijn biografie over de Antwerpse Charles Bukowski J.M.H. Berckmans Schrijven in de Grauwzone (2018), die genomineerd werd voor de Nederlandse biografieprijs, en door zijn uitvoerige biografie over de Vlaamse literator Emmanuel de Bom De man die van mensen hield (2021). Nu is van hem een tweede roman verschenen – over zijn studievriend Joeri, een Hongaarse vluchteling die in de jaren tachtig in België terecht was gekomen (met een toeristenvisum) en niet terug wilde naar Hongarije.

Boeiend aan dit verhaal is niet zozeer dat een Vlaamse jongen bevriend is met een Hongaarse jongen van zijn leeftijd, maar dat de Hongaarse student ‘slechts een radertje’ was ‘in het planetaire schaakspel van de Koude Oorlog’ (25). De niet-terugkeerder Joeri was door zijn vlucht een ‘vijand van het volk’ (90), die door de veiligheidsdienst van het communistische Hongarije in de gaten werd gehouden, temeer omdat hij voor Radio Free Europe werkte, de door de CIA gefinancierde zender die naar Oost-Europa uitzond in tientallen talen (92). Grappig is dat de Vlaamse vriend nauwelijks wist wat die zender betekende. Joeri was ervan overtuigd dat ‘het regime’ hem kende en volgde : ‘Denk je dat het regime niet hier is ? Dat ze deze kamer [zijn studentenkamer in Leuven] niet kennen ? Hier ben ik niemand, behalve voor hen aan wie ik wil ontkomen.’ (118)

De jonge Hongaarse student wordt ook opgevangen door het Collegium Hungaricum, dat in 1949 opgericht werd door de jezuïet István Muzselay, die in 1947 uit Hongarije vertrokken was ; de jezuïetenorde werd in 1948 door het communistische regime opgedoekt. Na de mislukte opstand van 1956 tegen de Sovjets werd België overstroomd door duizenden Hongaarse vluchtelingen, waarvan menigeen onderdak vond bij de beminnelijke jezuïet. Zo ook de vriend van de auteur. Toen de Hongaarse student niet terugkeerde naar zijn vaderland, nam zijn vader contact op met het Hongaars College en verzocht de directeur zijn zoon in de gaten te houden resp. in goede banen te begeleiden.

Het uitgangspunt van de roman is de zelfmoord van Joeri in 1989. Die plaatst zowel de familie van de jonge Hongaar als zijn Vlaamse vriend Chris voor grote raadsels. Waarom heeft hij tot deze wanhoopsdaden besloten ? Was hij bang om terug te keren naar het nog communistische Hongarije, dat weliswaar traagjes aan het veranderen was, maar zich toch zou wreken op de overloper, om er te gaan trouwen ? Heeft hij vlak voor het fatale schot een hoogoplopende ruzie met een agent van de Hongaarse veiligheidsdienst gehad ? Allemaal raadsels. Dertig jaar later gaat Chris op zoek naar antwoorden. Hij trekt naar Hongarije, Boedapest, gaat de nog levende broer van Joeri opzoeken en tracht tot inzicht te komen. Daar zal hij uiteindelijk niet in slagen.

Het sterke van dit verhaal ligt dus niet in de ontknoping, maar in de zoektocht zelf. Charmant is het portret dat de auteur van zichzelf tekent, met al zijn zwakheden en vergissingen, en zijn twijfels of zijn zoektocht wel mag : hij vraagt zich af wat hij te zoeken heeft ‘in een land waar ik alleen doden ken’ (62) en ‘Welk recht heb ik om te zoeken naar mogelijke informatie die de Hongaarse staatsveiligheid tegen zijn wil had verzameld ?’ (26). Hij voelt zich een ‘geheim agent voor wie de geobserveerde een professionele springplank is en over wie hij zo spectaculair mogelijke gegevens wil verzamelen.’ (94) De auteur heeft zich niet laten verleiden tot fictieve spectaculaire wendingen, die het trage verhaal meer zwier hadden kunnen geven, maar die wel het authentieke gegeven geweld hadden aangedaan.

Heel geslaagd is het voortdurend verspringen van de jaren in Leuven (jaren 1980) naar de jaren 2020 in Boedapest. Indien de auteur deze verteltruck niet had gebruikt, was heel zijn verhaal waarschijnlijk in elkaar gestort. De spanning wordt er zo ook in gehouden. Onderliggende bedoeling van deze roman zou ook kunnen zijn dat door te switchen van de jaren 1980 naar nu, het Orbán-tijdperk, de auteur een parallel wil trekken tussen het communistische regime van János Kádár en het bewind van Viktor Orbán, allebei autoritair en intolerant. Dat levert veel interessante gesprekken in Boedapest én inzichten op. Choquerend is het gerucht dat Orbán zo pro-Russisch is of zich niet tegen Poetin wil keren, omdat die over geheime documenten zou beschikken waaruit zou blijken dat de anticommunist Orbán zich gecompromitteerd zou hebben met de communistische staatsveiligheid (87, 152), waartegen hij in het begin van zijn politieke carrière zo hevig fulmineerde.

Veel passages laten zien dat de auteur talent heeft. Er zitten heel wat rake formuleringen in. Over zijn ouders zegt hij dat ze nog vasthielden aan de christelijke religie ‘zoals iemand aan gerechten vasthoudt eerder omdat ze vertrouwd dan lekker zijn’ (23) ; over zijn onkunde van het Hongaars : ‘Ik voel me in het Hongaars als een vluchteling op een onbekend continent’ (28). Of de Hongaarse student het ooit had over de ‘Faculteit van letteren en begeerte’ (39), lijkt me onwaarschijnlijk, daarvoor is het te goed gevonden. Leuk is ook het neologisme ‘echtgeliefde’ in plaats van het stijvere echtgenote (166).

De tekst bevat enkele schoonheidsfoutjes. De auteur vertelt dat Joeri in 1981 van pater Muzselay 6.000 Belgische frank per maand kreeg als toelage en licht tussen haakjes toe (150 euro). Dat klopt natuurlijk niet. Dat bedrag in BEF zou nu minstens 600-700 euro betekenen. Ik heb ook bezwaar tegen het citeren van Hongaarse gedichten in Engelse vertaling (József Attila, p. 74, Endre Ady, p. 89) of van Hongaarse films (Egri Csillagok i.p.v. Stars of Eger, p. 78). Een beetje exotiek kan geen kwaad in dit Oost-West verhaal.

Boeiend verhaal, goed gecomponeerd, leuk verteld, in verzorgde en originele taal. Helaas ook actueel. Een aanrader.