Florian Illies. Zauber der Stille. Caspar David Friedrichs Reise durch die Zeiten.

Florian Illies. Zauber der Stille. Caspar David Friedrichs Reise durch die Zeiten. Frankfurt/Main, Fischer, 2023. Nederlandse vertaling : Betoverende stilte. Caspar David Friedrichs reis door de tijd. Alfabet Uitgevers 2024, 237 p., vert. door Gerrit Bussink en Izaak Hilhorst.

Illies was me bekend door zijn geweldig boek Liebe in Zeiten des Hasses. Chronik eines Gefühls 1929-1939 (op deze website besproken op 20 juni 2022), een fascinerend en bijzonder goed verteld verhaal over het decennium in de Duitse geschiedenis dat de haat centraal stond en men zich voorbereidde op een grote wereldbrand. Toen dan vorig jaar zijn nieuw boek over de romantische schilder Caspar David Friedrich (1774-1840) werd aangekondigd, waren de verwachtingen groot. Ingelost zijn ze in elk geval. Deze biografie over de grootste Duitse romantische schilder is een spannend boek (alhoewel er in het leven van de kunstenaar maar weinig gebeurt, behalve dat hij tekent en schildert en zo goed als niet erkend wordt), dat op een originele manier een rode draad probeert te vinden in het weinig avontuurlijke leven van de kunstenaar. Het boek is knap ingedeeld in vier thematische hoofdstukken – vuur, water, aarde, lucht, de vier elementen die levensnoodzakelijk waren voor Friedrichs kunst : over het schilderij Das Große Gehege zegt Illies : ‘Friedrich lässt hier aus dem Tosen der vier Elemente plötzlich den Zauber der Stille entstehen’ (38, verwijzingen naar de Duitse editie), daarmee is meteen ook de mooie titel van zijn biografie verklaard.

Het eerste thema (vuur) domineert het leven en het werk van C.D. Friedrich. Talrijke werken van hem gingen in de vlammen op of werden verbrand : de brand in het Glaspaleis van München in juni 1931 (13), de brand in het eigen huis (24) of dat van een verzamelaar (65) of de vandalenstreken van bezettende Sovjetsoldaten in 1945 (40). Hoeveel schilderijen van Caspar David in Russische handen terecht zijn gekomen, weet niemand (73-74, 106, 123). Friedrich is duidelijk bezeten van vuur (66). Grandioos is de geschiedenis die Illies vertelt over het schilderij van Friedrich Das brennende Neubrandenburg, de stad van zijn ouders, waar tijdgenoten verontwaardig over waren – de stad heeft nooit gebrand, bedoelde de kunstenaar de apocalyps? Als de Sovjets in het voorjaar 1945 de totaal onaangeroerde stad bereiken, steken ze de stad in brand, waardoor 80 % van de oude stad verloren gaat. Friedrichs apocalyptische nachtmerrie wordt werkelijkheid. En tenslotte heeft hij kort voor zijn dood al de brieven die hij ooit had ontvangen in de oven verbrand (77), een voor de biograaf wel vervelende gegevenheid.

Terwijl Caspar David Friedrich (‘der größte Maler der deutschen Romantik’ (101) rond 1900 totaal vergeten is (‘die Romantik ist sehr schnell muffig geworden’, 151), halen de nazi’s hem van onder het stof en proberen er een Germaanse held en van zijn landgenoten ‘Friedrichdeutsche’ te maken (85-86). De romantische, wat sombere Duitser moet tot inspirerend voorbeeld dienen voor de heldhaftige nazisoldaten. Vooral het doek Der Watzmann (een berg) valt in de smaak van Hitler, omdat de berg in al zijn trots en mannelijkheid voor ‘das ewige Deutschland’ zou staan (168).

De generatie van Mei 68 vindt niets aan de man : te burgerlijk, te on-revolutionair, te passief, zonder enige erotiek (173-176) en dat terwijl men in de DDR van Friedrich een voorloper van het marxistische mensbeeld probeerde te maken (195). Illies haalt verschillende visies op het werk van Friedrich aan : de enen vonden hem deprimerend (22, 132), de anderen vonden er troost in, terwijl weer anderen er eenzaam en ontroostbaar door werden (113). Sommigen zien in hem de kunstenaar die natuurgetrouw Duitse landschappen geschilderd heeft, terwijl Illies net aantoont dat eigenlijk geen enkel doek van de kunstenaar ergens concreet gelokaliseerd kan worden en een mix brengt van wat hij gezien én gevoeld heeft. Daarom spreekt de biograaf van het begin van de abstracte kunst en noemt Caspar David Friedrich een conceptualist (108, 157). Interessant zijn ook de figuren die zich door hem hebben laten inspireren, zo Walt Disney en Samuel Beckett (30, 119). Hij voelde zelf aan dat hij zijn tijd ver vooruit was (240).

Illies heeft een boeiende en hier en daar poëtisch aandoende biografie geschreven van een in de 19e eeuw vergeten, maar in de 20e eeuw herontdekte kunstenaar voor wie hij duidelijk sympathie voelt. Niet zonder reden, want het boek is een rehabilitatie van een lang onderschatte kunstenaar, maar die net als Van Gogh nu hoge toppen scheert. Voor wie de grote tentoonstelling in Hamburg en Berlijn bezocht heeft of hoopt er binnen te geraken, is dit boek een fantastische introductie.

Een van de vele charmante trekken van dit boek is de historische contextualisering. Zo bv. de geschiedenis van het mooie schilderij Auf dem Segler, dat ooit in 1820 door de Russische grootvorst Nikolaj Pavlovitsj (de latere tsaar Nicolaas I) aangekocht is, vooral omdat het hem zo trof door de overeenkomende biografische invalshoek. In 2020 keerde het terug naar Dresden waar het op een Duits-Russische expositie tentoongesteld werd. In de catalogus schreef de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov over de romantiek als ‘einzigartige grenzüberschreitende Kunstbewegung’. Midden februari 2022 keerde het doek terug naar Rusland, enkele dagen later ‘overschrijdt Rusland een totaal andere grens en beëindigt daarmee de droom van vrijheid in Oekraïne’ (126).

Wie geïnteresseerd is in de cultuurgeschiedenis van Duitsland, komt in dit boek aan zijn trekken. De auteur weet elke gebeurtenis te kaderen in een historische context, waardoor het werk van C.D. Friedrich beter tot zijn recht komt.