Leonid Andrejev. De zeven gehangenen

Leonid Andrejev. De zeven gehangenen. Amsterdam, Thomas Rap, 2019, 141 p.  Vert. door Jan Robert Braat, nawoord van Bert Natter. ISBN 978 94 004 0507 3.

Andrejev is lange tijd vergeten geweest, zowel in Rusland als erbuiten. In 2012 verscheen van hem Hein, die de klappen krijgt (in de Slavische Cahiers van prof. Weststeijn), in 2013 een bundel verhalen (Groot slem) en nu verschijnt wellicht een van zijn beroemdste verhalen – het verhaal over de terechtstelling van zeven gevangenen, vijf terroristen en twee misdadigers.

Andrejev was een typisch product van zijn tijd – heen en weer geslingerd tussen realisme en symbolisme, doordrongen van de religieuze en filosofische onrust van zijn woelige tijd (de periode tussen de revoluties – 1905-1917), door en door pessimistisch. Als je er een etiket op zou moeten plakken, zou je hem de schrijver van de angst kunnen noemen. Zijn grote thema’s zijn eenzaamheid, angst en waanzin. Veel van de thematiek van zijn werk staat in het teken van de ‘reactie’ na de mislukte revolutie van 1905. Na enkele toegevingen liet Nicolaas II afrekenen met de revolutionairen en terroristen die het tsarisme wilden ondermijnen. Na 1907 werden honderden revolutionairen terechtgesteld. Dit bracht Lev Tolstoj ertoe zijn beroemd pamflet Ik kan niet zwijgen (1908) te schrijven; daarin spreekt hij zijn verontwaardiging uit over de executie van opstandelingen. Terwijl Tolstoj reageerde met een hevig verontwaardigd pamflet, schreef Andrejev zijn fascinatie voor het gegeven uit in fictie. Er zitten geen hoogdravende uitspraken in dit verhaal, geen publicistische verontwaardiging, geen verwijten aan het adres van de regering, je zou er een protest tegen de terechtstellingen in kunnen zien, maar expliciet wordt het niet uitgesproken. De beschreven toestanden spreken voor zichzelf.

Het verhaal herinnert aan een ander van Andrejev – De gouverneur (1906), over de hoogwaardigheidsbekleder die weet dat hij door de terroristen vermoord zal worden, omdat hij op een massa demonstranten heeft laten schieten. Hij wacht nu bewust het onvermijdelijke (de aanslag) af. Iets gelijkaardigs in De zeven gehangenen: op een minister wordt een aanslag beraamd, maar de waakzame politie kan het complot verijdelen en de vijf terroristen worden nog voor ze de aanslag kunnen uitvoeren, gearresteerd, veroordeeld – tot de strop – en nu wachten ze in eenzame cellen op het uur van de wraak, samen met twee misdadigers van gemeen recht.

De eerste zin van het verhaal is sterk: ‘Omdat de minister door zijn zwaarlijvigheid kans liep op een beroerte, moest ongezonde opwinding worden vermeden, dus waren alle mogelijke voorzorgen getroffen voordat hem werd meegedeeld dat er een zware aanslag op hem werd beraamd.’ (p. 5) Het verhaal is geïnspireerd door de berichten over de executie van de organisatoren van een aanslag op de minister van justitie I.G. Sjtsjeglovitov. Andrejev kende een van de aanslagplegers. Samen met het pamflet van Tolstoj zette dit Andrejev ertoe aan zijn verhaal te schrijven.

Het is een indrukwekkend verhaal geworden over mensen die weten dat hun over enkele dagen of uren de dood te wachten staat. De ene probeert er kalm bij te blijven, de andere weent uren aan een stuk, een derde probeert fit te blijven door gymnastiek. Een van de gevangenen krijgt bezoek van zijn ouders, die hem geen verwijten maken. Een andere krijgt alleen zijn moeder te zien, omdat zijn vader ‘geen zin’ had. Sterke, hallucinante verhalen, getekend door de grootmeester van het macabere, sombere, pessimistische, maar zonder pathos of sentimentaliteit. Dat maakt het verhaal ook nu nog genietbaar.