M.A. Boelgakov. De Meester en Margarita of onderaan de berg valt de duisternis eerst..

M.A. Boelgakov. De Meester en Margarita of onderaan de berg valt de duisternis eerst... Toneelbewerking van Alain Pringels. Amsterdam, De Nieuwe Toneelbibliotheek, 2015, 119 p.

In 1966-1967 verscheen – een kwarteeuw na de dood van de schrijver – De Meester en Margarita, het hoofdwerk van de Russische schrijver Michail Boelgakov (1891-1940). Aan deze roman had Boelgakov twaalf jaar gewerkt – van 1928 tot 1940. Nog op zijn sterfbed bracht hij correcties en aanvullingen aan die hij dicteerde aan zijn (derde) vrouw Elena Boelgakova. Zij deed de toen nogal lichtzinnige belofte zijn roman te publiceren. In1940 waren daar weinig redenen voor en nog minder hoop op succes. Mevrouw Boelgakova heeft er na de dood van Stalin (1953) meer dan tien jaar over gedaan om de roman van haar grote liefde gepubliceerd te krijgen. Dat was geen sinecure, zelfs niet in de liberale tijd van de ‘dooi’ (1956-1964) onder Chroesjtsjov, toen voorzichtig afgerekend werd met het stalinisme en heel wat verguisde, vergeten of vermoorde schrijvers gerehabiliteerd en (her-) uitgegeven werden.

De Meester en Margarita sloeg in als een bom. De roman gaat over de duivel (Woland) die Moskou terroriseert (eind jaren 1920-begin jaren 1930) en uiteindelijk de in een psychiatrische inrichting opgesloten Meester bevrijdt. De roman kan op vele niveau’s gelezen worden. Het is een satirische roman over de vooral literaire wereld van de Sovjetunie in de jaren twintig en dertig (en dat in een tijdperk waarin satire uiterst voorzichtig moest zijn, geconfronteerd als ze werd door de eis van de Partij om alleen optimistische en positieve verschijnselen te beschrijven). Ten tweede is het een historische roman, die zich afspeelt in Jeruzalem in de Goede Week, waarin Jezus gekruisigd wordt. De roman verspringt van het Moskou-verhaal naar het Jeruzalem-verhaal, wellicht door de auteur bedoeld om historische parallellen te kunnen aanbrengen die in een Sovjetroman onduldbaar zouden zijn indien ze over de Sovjetunie zouden gaan. Door het thema is het ook een christologische roman. De Sovjetburgers waren zo uitgehongerd naar alles wat met godsdienst en de bijbel te maken had, dat deze roman wel eens ‘de bijbel voor het arme volk’ genoemd werd. Ten derde is het werk van Boelgakov een liefdesroman – over de liefde tussen een vrije kunstenaar, die zich terugtrekt uit het sociale en politieke leven van de samenleving, en Margarita, een met een Sovjetse VIP getrouwde, van alle luxe en privileges voorziene, maar ongelukkige vrouw. Het is hen niet gegeven deze liefde waar te maken in dit leven, slechts in de dood (dankzij Woland) vinden zij elkaar. Een 20e-eeuwse Tristan en Isolde dus. Maar bovenal is De Meester en Margarita een roman over een kunstenaar en de rol van de liefde in zijn leven en werk.

Velen hebben de roman gelezen als een autobiografisch werk, maar dit klopt niet. Er zijn weliswaar onmiskenbaar enkele gegevens uit Boelgakovs privéleven terug te vinden in de roman, maar de grootste les verschilt grondig: terwijl de Meester vrijwillig verzaakt aan zijn literaire loopbaan en dus niet de strijd aanbindt met zijn critici, heeft Boelgakov altijd gevochten voor zijn werk  en ideeën. Zijn biografie tussen 1925 en 1940 is een aaneenschakeling van pesterijen, verbroken contracten, afgezegde premières, niet opgevoerde stukken of niet uitgegeven werken of vertalingen, kortom de echte Hungerkünstler, maar Boelgakov heeft nooit opgegeven, nooit versaagd, zoals zijn Meester.

De roman is in de Sovjetunie gepubliceerd in 1966-67 (in twee afleveringen van het literaire tijdschrift Moskva) met zware coupures: door de censuur werd zo’n 12 % van de tekst weggeknipt. De roman is in Rusland uitgegroeid tot een ware cultroman: samen met De twaalf stoelen van Ilf & Petrov (een satirische schelmenroman over de jaren twintig) en Moskou op sterk water (een filosofisch alcoholepos van de jaren zestig van Venedikt Jerofejev) was Boelgakovs werk een van de meest gegeerde in de jaren zestig-tachtig. Sinds het midden van de jaren zeventig is hij ook in het Westen uitgegroeid tot een cultroman met veel fans overal ter wereld. Gezien de veelzijdigheid van de roman die tot veel uiteenlopende interpretaties en lezing kan uitnodigen, valt dit zeker niet te verwonderen. De talrijke verfilmingen (Joegoslavië, Rusland, Italië) hebben de cultstatus alleen maar in de hand gewerkt.

Russen zijn streng en conservatief wat hun klassiekers betreft. ‘Raak niet aan onze klassieken!’ De beroemde regisseur van het experimentele theater «Taganka» Joeri Ljoebimov maakte in 1977 een toneelbewerking van de roman, die sindsdien loopt in Moskou en een kasstuk is. Ljoebimov houdt zich strikt aan de tekst van Boelgakov en beperkt zich ertoe de grote verhaallijnen en ideeën van Boelgakov weer te geven.[1] In 2015 is de roman nu ook bewerkt voor toneel door de Vlaming Alain Pringels. In november 2015 ging het stuk in première in het Compagnietheater Amsterdam, in februari 2016 liep het twee dagen in het Arca Theater in Gent. Wat heeft Pringels toe te voegen aan deze analyse van Boelgakovs roman? Waarin schuilt zijn visie op een van de grote romans van de 20e eeuw?

 

[1] In het Nederlands vertaald als De Meester en Margarita. Toneelbewerking door Joeri Ljoebimov. Deventer, Scriptio, 2008.