Maksim Gorki. Het meisje en de dood.

Maksim Gorki. Het meisje en de dood. Grimbergen, Urbi et Orbi, 2019, 40 p. Vertaald door Traudi Helmberger en Greet Vanhassel, geredigeerd door Herwig Deweerdt en Ria Verbergt, geïllustreerd door Koenraad Tinel. ISBN 9789463883580 (originele titel Девушка и Смерть). Voor meer informatie, contact via redactie@paustovski.org

Het werk van Maksim Gorki is goed vertegenwoordigd in Nederlandse vertaling (zie ook deze bibliografie van Russische literatuur in Nederlandse vertaling), maar dit gedicht ontbrak. Dat bracht de vrienden van de Konstantin Paustovski Vereniging op het idee deze tekst te vertalen en in een mooie bibliofiele uitgave te laten illustreren door tekeningen van Koenraad Tinel.

Dit ‘sprookje’ is in Rusland goed bekend, niet zozeer wegens zijn literaire kwaliteiten, als wel omdat er een schilderij over bestaat. De schilder Anatoli Jar-Kravtsjenko maakte er een doek van dat nu in de Tretjakov Galerij in Moskou te zien is en getiteld is ‘A.M. Gorki leest op 11 oktober 1931 zijn sprookje Het meisje en de dood voor aan I.V. Stalin, V.M. Molotov en K.E. Vorosjilov’. Het doek kreeg de Stalinprijs 2e klasse. Beroemd geworden is de uitspraak van Stalin die op de achterkant van het gedicht schreef: ‘Dit stuk is straffere kost dan Faust van Goethe (de liefde overwint de dood)’. Deze beoordeling is natuurlijk onzin, want het sprookje heeft met de tragedie van Goethe niets uit te staan. Volgens getuigen was Stalin dronken (op het doek staan wel alleen kopjes thee) en was Gorki beledigd door deze uitspraak (misschien door het gebruik van het woord ‘stuk’ voor zijn gedicht). Aangezien alles wat de Grote Leider zei en schreef bijbel werd in de Sovjetunie, werd de betekenis van dit vroegwerk van Gorki door de latere kritiek opgeblazen. De uitspraak van Stalin is een gevleugeld woord geworden en is opgegaan in de Sovjetfolklore: zijn woorden zijn ironisch bedoeld als een overdreven compliment voor een literair werk. Tijdens het leven van de dictator werden zijn woorden met eerbied uitgesproken en geciteerd, maar na zijn dood werd er mee gespot. Nu braken literatuurhistorici zich het hoofd over wat Stalin toch bedoeld zou kunnen hebben met die vergelijking met Goethe. Toen de dichter Osip Mandelstam van Stalins uitspraak hoorde, zei hij tegen zijn vrouw: ‘We gaan er aan.’ Indien Stalin deze uitspraak toch serieus bedoelde, was het misschien om Gorki over te halen om zijn biografie te schrijven.

Een genant detail is dat in de korte zin van Stalin een taalfout voorkwam. In Эта штука посильнее Фауста Гете (любов побеждает смерть) ontbreekt het zachte teken na ljoebov (vgl. in het Nederlands ‘de lievde’ i.p.v. ‘de liefde’); zo werd het citaat ook lange tijd geciteerd (het genie van de Grote Leider was onaantastbaar), maar uiteindelijk kwam het zachte teken toch weer op de proppen. Bij een tentoonstelling van het boek waaruit Gorki zijn gedicht voorlas en waarin Stalin zijn waardering neerschreef, zou de directrice van het museum de taalfout met bevende hand verbeterd hebben.

Het sprookje werd de eerste keer gepubliceerd in 1917 (in Gorki’s eigen krant Novaja zjizn <Het Nieuwe Leven>), maar werd al geschreven (volgens de getuigenis van de auteur zelf) in 1892, toen Gorki in Georgië zat. Hij stuurde het naar literaire tijdschrift (de Volzjski vestnik), maar de redacteur weigerde het te publiceren, volgens Gorki om censuurredenen, maar zo goed als zeker omdat het literair weinig voorstelt. Het gedicht zou in de voetsporen van de romantische dichter Lord Byron geschreven zijn, meer bepaald van diens romantische gedichten Cain en Manfred, maar directe invloed zie ik niet. Ook in 1917 trok het sprookje niet de aandacht van de critici of recensenten.

De geschiedenis van het schilderij wordt door Herwig Deweerdt verteld in het nawoord bij de vertaling, maar één detail klopt niet. De man op het doek achter Gorki is zijn zoon Maksim Pesjkov. Vorosjilov is de man links van Stalin.

Het initiatief om dit ‘sprookje’ te vertalen verdient alle lof – de vertaling is verzorgd en volgt getrouw het origineel. Alhoewel het gedicht van Gorki weinig literaire kwaliteiten bezit, spreekt er toch een sterk romantisch geloof van de auteur in de uiteindelijke triomf van de rechtvaardigheid uit – de dood verzaakt eraan het meisje te doden.

Het verhaal is eenvoudig: de tsaar keert terug van het slagveld waar hij een nederlaag geleden heeft. Hij hoort in de struiken een meisje lachen en is verontwaardigd omdat zij vrolijk is, terwijl hij ‘in wanhoop en in woede’ (p. 6) verkeert. Het meisje vraagt hem om weg te gaan en haar met rust te laten, want ze is aan het vrijen met haar liefje (‘wie mint heeft geen zin in tsaren’). Daarop begint de tsaar ‘te trillen van uitzinnige woede’ en levert haar uit aan de dood (p. 8). Die dag echter is de Dood ‘uit haar gewone doen’ en bovendien droomt ze dat haar voorouders Kaïn en Judas naar de Heer trekken om vergiffenis te vragen, maar die krijgen ze alleen als ‘degene die de kracht heeft om voor eens en voor altijd de macht van de Dood te breken hen vergiffenis’ schenkt (p. 20). De dood geeft het meisje één nacht uitstel – om afscheid te nemen van haar geliefde, maar wordt kwaad wanneer ze niet komt opdagen. Uiteindelijk slaagt het meisje erin de Dood te vermurwen en te doen openstaan voor de liefde. De dood vergeeft haar en laat haar leven, maar zal altijd bij haar in de buurt (van de liefde) blijven.

‘Sedertdien leven Liefde en Dood als zusters.
Tot op heden zijn ze onafscheidelijk.
Met haar scherpe zeis schrijdt de Dood
Als een koppelaarster achter de Liefde aan.’ (p. 34)

Zo eindigt het romantische sprookje van Gorki. Stalin noemde het een sterk staaltje poëzie, heel wat sterker dan die slappe Goethe, maar bedoelde dat wellicht  sarcastisch. Zo tolerant en vergevingsgezind als de dood in dit sprookje is de Grote Moordenaar nooit geweest. Merkwaardig genoeg hebben de Sovjetmensen dat niet begrepen. En zo werd de Grote Stuurman weer eens de vriend van dichters en dromers.