Orlando Figes. Europeanen. Het ontstaan van een gemeenschappelijke cultuur.

Orlando Figes. Europeanen. Het ontstaan van een gemeenschappelijke cultuur. Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 2019, 623 p. ISBN 978 90 468 2504 4 (Oorspronkelijke titel: The Europeans: Three Lives and the Making of a Cosmopolitan Culture). 

De Britse historicus Orlando Figes stond tot nu toe bekend als auteur van enkele prachtige studies over Rusland: over de Russische revolutie, de Russische cultuur, de Krim-Oorlog en de zwijgcultuur na de dood van Stalin (De fluisteraars). Allemaal stuk voor stuk goed gedocumenteerde en leesbare boeken over belangrijke problemen van de nieuwste geschiedenis.

Nu heeft Figes ons verrast met een nieuw boek dat over een totaal ander onderwerp en over een andere regio gaat. Het boek koestert de ambitie de lezer duidelijk te maken hoe de ‘Europese cultuur’ ontstaan is, wanneer, door wie, wat het ontstaan van die gemeenschappelijke cultuur mogelijk heeft gemaakt, en wanneer die afgelopen was. Hoe kwam het dat we rond 1900 overal op het continent dezelfde boeken lazen, dezelfde schilderijen bekeken, naar dezelfde muziek luisterden? ‘Mijn streven is Europa te benaderen als een plek voor grensoverschrijdende cultuuroverdracht, vertaling en uitwisseling, waardoor een ‘Europese cultuur’ in het leven werd geroepen – een internationale synthese van kunstvormen, ideeën en stijlen – die Europa onderscheidde van de rest van de wereld.’ (p. 20)

Om dit verhaal uit te werken, plaatst de auteur drie mensen centraal: de Russische schrijver Ivan Toergenjev (1818-1883), de zangeres en componiste Pauline Viardot (1821-1910) en haar echtgenoot Louis Viardot (1800-1883), toen een belangrijk criticus, onderzoeker, uitgever, theateruitbater, republikeins activist, journalist en vertaler. Deze figuren zijn goed gekozen: alles draait weliswaar rond de literator en de zangeres, die minnaars waren, maar wel centrale figuren in het culturele Europa van midden 19e eeuw - ze reisden door heel Europa, woonden in Frankrijk, Spanje, Rusland, Duitsland en Engeland, ze spraken verscheidene westerse talen, en ze kenden iedereen die er in die tijd toe deed op gebied van literatuur, muziek, theater, opera, journalistiek. De drie hebben een groot aandeel gehad in het tot stand brengen van de Europese cultuur die met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verdween en door Stefan Zweig in zijn prachtige memoires Die Welt von Gestern (1942) beschreven werd.

Het verhaal begint met de kennismaking van de Rus Ivan Toergenjev met de in Rusland in 1843 optredende zangeres Pauline Viardot. Het was liefde op het eerste gezicht, voor Toergenjev althans. Hij deed er alles aan om in de buurt van Viardot te zijn en ging zelfs zover haar achterna te reizen en in Parijs een woning te betrekken vlak in haar buurt, later zo goed als in te wonen bij de Viardots (de man had de verhouding door, maar tolereerde ze, zelf niet in staat om Pauline hartstochtelijke liefde te bieden), later in de buurt van de Viardots een villa te bouwen in Baden. Eigenlijk stond heel het volwassen leven van Toergenjev in het teken van zijn liefde voor Pauline.

De vriendschap werd een in alle opzichten vruchtbare samenwerking. Toergenjev was tussenpersoon, soms zelfs literair agent van Pauline, zorgde voor optredens, goede recensies via vrienden, Pauline bezorgde Toergenjev heel wat intellectuele en literaire contacten in de Franse wereld. Toergenjev zorgde ervoor dat bv. Flaubert en Zola in het Russisch vertaald werden, onderhandelde met Russische uitgevers over fatsoenlijke honoraria (niet evident in die tijd, toen er nog geen conventies over auteursrechten bestonden en piratenuitgeverijen ongestoord boeken en vertalingen uitbrachten zonder de auteur ook maar één cent te betalen); hij vertaalde zelf Frans werk naar het Russisch en Russische literatuur naar het Frans. Aan de andere kant zorgde hij ervoor dat via zijn talrijke contacten in de uitgeverswereld nieuw Russisch talent in Frankrijk en Duitsland bekend werd. Zo werd hij de grote pleitbezorger van Tolstojs Oorlog en Vrede. Toergenjev stond in het middelpunt van de Oost-West literaire markt en was zelf een van de meest gelezen Russische schrijvers, vooral dan in Duitsland, dat hem als een van de hunnen beschouwde, althans vóór Tolstoj en Dostojevski op de proppen kwamen en voor een tijdje Toergenjev in de vergetelheid duwden.

Figes vertelt uitvoerig hoe de moderne techniek de totstandkoming van de Europese cultuur in de hand werkte. De spoorwegen die sinds eind jaren dertig overal steden met elkaar verbonden en de distributie van boeken, kranten en partituren op grote schaal mogelijk maakten; moderne druktechnieken die drukken goedkoper en daardoor veel literair werk toegankelijk maakten voor een groot publiek. De techniek zorgde ervoor dat de wereld in de tweede helft van de negentiende eeuw een global village werd, waar alles van de andere kant van de wereld spoedig bekend werd in het centrum van de Europese beschaving (Frankrijk, Duitsland). Wie belangstelling heeft voor dit fascinerende aspect van de westerse wereld in de 19e eeuw, heeft aan dit boek een vette kluif. Uitvoerig wordt uit de doeken gedaan hoe de wereld van de muziek, de opera, het toneel en de letteren te werk ging en profiteerde van de moderne technieken.

Je zou het boek van Figes ook kunnen lezen als een biografie van Ivan Toergenjev, maar dan in een heel brede Europese context en tegen de achtergrond van alle maatschappelijke en culturele verschijnselen van zijn tijd. Ook voor Rusland is dit een belangrijk boek, want veel Russen verwijten (of verweten) Pauline Viardot dat ze Toergenjev opgesloten hield in haar Franse schelp, dat ze hem had weten te overhalen om in Europa te blijven. Sommigen beweren zelfs dat de Toergenjev van na de kennismaking met Viardot veranderd was: ‘Voor haar tijd bevatte zijn werk het volk, daarna niet meer. Zij haalde de Rus in hem weg.’ (p. 528)

In deze bewering is iets te horen van het verzet tegen het kosmopolitisme dat de Europese cultuur vanaf de eerste decennia van de 19e eeuw gedefinieerd had (p. 532). Terwijl men het tot ca. 1875 doorgaans had over de ‘Europese beschaving’, ontstond nu het idee van een ‘Europese cultuur’. Onder ‘Europese beschaving’ verstond men de idealen van ‘de Verlichting, de westerse rede, vrijheid, het klassieke artistieke erfgoed en de wetenschap, die ze ten voorbeeld stelden als universele waarden die de grondslag zouden vormen voor de menselijke vooruitgang’ (p. 534). Kortom: het ontstaan van de ‘Homo Europaeus’, de toekomstige Europeaan (Nietzsche). Helaas werd die identiteit aan diggelen geslagen door de Eerste Wereldoorlog (Der Untergang des Abendlandes).

Dat de auteur deze identiteit serieus neemt, verklaart zijn beslissing om ‘na het Britse besluit de Europese Unie te verlaten’ zijn Duitse nationaliteit weer aan te nemen (p. 543). Het pleit voor Figes.