Paoestovski herondekt

De reputatie van de Sovjetschrijver Konstantin Paoestovski (1892-1968) berust op zijn zesdelige ‘verhaal over mijn leven’, waarin hij vertelt over zijn leven voor, tijdens en na de Revolutie. Vele lezers werden ingenomen door zijn frisse kijk op mensen en dingen, in wie hij de positieve kanten ziet. Maar velen vonden ook dat zijn ‘autobiografie’ opvalt ‘door de vele pijnlijke aspecten die hij over zijn tijdgenoten verzweeg’, dat was althans wat ik zelf ervan vond toen ik in de jaren tachtig begon aan dit omvangrijke levensverhaal (Geschiedenis van de literatuur in Rusland 1700-2000. Antwerpen 2016, p.399). Hij schreef dat hij de goede eigenschappen van de mensen laat zien en de slechte liever vergeet en dat het niet aan hem is om te oordelen.

Enkele weken geleden stuurde de nieuwe uitgever van Paoestovski’s werk – Van Oorschot – het bericht de wereld in dat er drie hoofdstukken ontdekt zijn in het archief van de schrijver die nooit door de censuur geraakt zijn en dat in een ander hoofdstuk geknipt is door de autoriteiten. Deze opzienbarende ontdekking is nu ook te vinden in de nieuwe vertaling door Wim Hartog, die voor Van Oorschot het hele zesdelige levensverhaal van de schrijver opnieuw heeft vertaald (Konstantin Paustovski. Verhaal van een leven 1-2-3. Amsterdam 2017-2018). Daarmee heeft hij een wereldprimeur en is hij wellicht ook de Russische markt voor, want de gecensureerde hoofdstukken verschenen alleen in het gespecialiseerde tijdschrift Mir Paoestovskogo (De wereld van Paoestovski) in 2016; het gecensureerde hoofdstuk In de droesem van vreugdeloze gebeurtenissen (over zijn werk bij het persagentschap Rosta in de jaren ’20) verschijnt in Rusland pas in 2019. De drie voorheen onbekende, in de archieven opgeborgen hoofdstukken, die zonder genade sneuvelden onder de censuur van de jaren zestig, horen thuis in het Boek der omzwervingen. De gecensureerde passages worden door Hartog tussen < > geplaatst, maar die haakjes zijn zo klein dat ze nauwelijks opvallen. Hij had beter kunnen kiezen voor cursief, zoals Marko Fondse deed in zijn vertaling van De meester en Margarita, waarin hij alle aan de schaar van de censor ten offer gevallen passages en zelfs hele hoofdstukken cursief plaatste. Erg overzichtelijk en aanschouwelijk.

De zoon van de schrijver, Vadim Paoestovski, schreef over het Boek der omzwervingen dat ‘de kanonieke tekst sterk, bijna voor de helft weggeknipt was door de censuur en door mensen die het goed met hem voorhadden.’

In een geschrapte passage schrijft Paoestovski: ‘Wij hebben nog steeds niet de balans opgemaakt van de gapende verliezen die onze literatuur en heel ons land geleden hadden gedurende de jaren van tijdens de zogeheten ‘persoonlijkheidscultus’. Dit mistige woord verhult een in de geschiedenis van de mensheid nog niet eerder voorgekomen bloedige terreur en planmatige vernietiging van het allerbeste dat in ons volk zat.’ (Verhaal van een leven 3, p. 331). Dat Paoestovski ondanks dit alles de Stalinjaren overleefd heeft en bovendien als fatsoenlijk mens, wordt nu meer dan duidelijk in de nieuwe vertaling/uitgave van zijn levensverhaal. Het zal hem in elk geval rehabiliteren in de ogen van de sceptici en moralisten die vonden dat hij meer zijn stem had moeten verheffen. Het zou me niet verwonderen dat er nog meer boven water komt in de nalatenschap van de auteur en het zou zeker de moeite lonen de in de Sovjetunie gepubliceerde teksten woord voor woord te vergelijken met de handschriften.

In het hoofdstuk In de droesem van vreugdeloze gebeurtenissen, dat nu voor het eerste gepubliceerd en vertaald wordt, schrijft Paoestovski: ‘Daar het nu eenmaal de mens eigen is al snel het kwade te vergeten, wil ik het enkel hebben over die periodes waarin ik mij vrij voelde. Hetgeen niet betekent dat ik het kwade vergeten ben. Ik herinner mij het kwade en dit zal mij altijd bijblijven als een wonde die nooit zal helen.’ (Verhaal van een leven 3, p. 294). Aan dit gevoel zijn de drie in de Sovjetunie nooit gepubliceerde hoofdstukken ontsproten. De boodschap mag er zijn:

  • de mensen leefden in voortdurende angst iets verkeerd te doen (bv. te laat komen op het werk)
  • verklikkers, hielenlikkers en huichelaars gaven de toon aan
  • absolute gehoorzaamheid aan elke gril van Stalin
  • het leven werd tot een ‘dagelijkse morele beproeving’
  • zelfs een dictator kon de mooie kern van het leven niet kapotmaken
  • de mensen wisten niet wat er in het land en de wereld gaande was
  • i.p.v. respons van het volk grijze resoluties die tot in den treure herhaald werden
  • de taal werd bloedeloos
  • eigen meningen werden niet op prijs gesteld, die had alleen Stalin
  • het geheugen van de mens kon niet vernietigd worden, daarom vernietigde men de mens zelf
  • na een citaat van Stalin moest per sé ‘applaus’ komen, maar dat was niet genoeg, het moest ‘stormachtig applaus’ worden en zelfs ‘applaus overgaand in een ovatie’
  • niemand durfde het nog op te nemen voor zijn vrienden.

Kortom: ‘In het jaar 1937 lag de gietijzeren klauw van de dictatuur al met zijn volle gewicht over het land’ (Verhaal van een leven 3, p. 292).

Sindsdien zijn ontelbaar veel getuigenissen verschenen van tijdgenoten die de vleesmolen van Stalin overleefd hebben, veel goed gedocumenteerde geschiedenissen (Orlando Figes, Appelbaum, e.v.a.), maar vijftig jaar geleden – in de jaren zestig, onder Chroesjtsjov en Brezjnev, was er moed nodig om dergelijke dingen te schrijven en nog meer: ze voor te leggen aan een uitgever. Het risico was niet alleen dat het niet gepubliceerd werd – dat moet Paoestovski beseft hebben, maar ook dat er een seintje naar de KGB ging dat ene Paoestovski ongewenste gedachten formuleerde en dus in de gaten moest worden gehouden. Dit is gebeurd met het manuscript van Vasili Grosman Leven en lot, dat voor jaren in de archieven van de KGB verdween. Weer eens krijgt Boelgakov gelijk: ‘manuscripten branden niet’.

Emmanuel Waegemans