Serhii Plokhy. Het verloren koninkrijk. De geschiedenis van Rusland van 1470 tot heden.

Serhii Plokhy. Het verloren koninkrijk. De geschiedenis van Rusland van 1470 tot heden. Het Spectrum, Houten, 2018, 496 p. ISBN 978 90 00 36078 9.

Rusland is sinds 2014 voortdurend in het nieuws, helaas niet altijd ten goede. De invasie/annexatie/herovering van de Krim in de lente van 2014 en het neerhalen van het MH17 vliegtuig boorden de goodwill die bestond na de triomfantelijke Olympische Spelen van Sotsji de grond in. Voortdurend wordt er met sancties gezwaaid of gedreigd. Door de oorlog in Oekraïne (Donetsk en Loegansk) is het vertrouwen helemaal weg. Er schijnt een onoverbrugbare kloof op te doemen tussen Rusland en het Westen. Rusland zou zich bovendien ook meer en meer afkeren van het Westen en ofwel aansluiting zoeken bij het Oosten ofwel, indien dat niet lukt, zijn ‘eigen weg’ proberen te gaan. De laatste jaren werpt Rusland en het Poetinregime zich op als de conservatieve bewaarder van de traditionele westerse waarden, die door het liberalisme, de mensenrechten e.d. verwaterd zouden zijn.

Wie het nieuws op de Russische televisie volgt, raakt niet wijs uit wat er in Oekraïne nu eigenlijk aan het gebeuren is. De Russische media schilderen de Oekraïeners af als een bende fascisten die moordend door de straten trekken, al dan niet met hakenkruisen of met beeltenissen van Oekraïense nationale helden, die (toevallig?) tegen de Russen/Sovjets vochten tijdens of in de nasleep van WO II. Rusland schijnt niet te willen begrijpen dat het zijn buurland/broederland Oekraïne enorm veel leed heeft aangedaan – russificatie van het land, verbod van het Oekraïens, sovjetisering, hongersnood, kampen, en dit met het argument dat het Russische volk evenveel (of meer) te lijden heeft gehad van het communistische regime.

Al die gevoeligheden, conflicten, onopgeloste problemen en onuitgesproken vijandigheden doen iemand vertwijfelen bij een poging om de geschiedenis van de betrekkingen tussen beide buur/broederlanden te schrijven. De Oekraïense hoogleraar van Harvard Serhii Plokhy heeft het gewaagd en is in zijn opzet geslaagd. Ook al is hij Oekraïner en dus mogelijk emotioneel betrokken bij het onderwerp, toch blijft hij rustig en nuchter en zet hij alles correct op een rijtje. En dat is geen sinecure. Hij laat de geschiedenis beginnen in 1470, het einde van de Gouden Horde in Rusland, dat na 250 jaar een eind maakte aan de Mongoolse bezetting van het land. Door de omstandigheden, die uitvoerig beschreven worden, was het vroegere Rusland, het zgn. Roes (Русь) of ook wel Kiëv-Rusland genoemd, vervreemd van het noorden. Precies door de inval van de Mongolen (1230) verschoof het machtscentrum naar het noorden, de streek rond Moskou, dat in de loop van de 15e eeuw het nieuwe machtscentrum werd. Terwijl het oorspronkelijke land Roes genoemd werd, verscheen eind 15e eeuw voor het eerst de naam Rossija. Het land in het zuiden werd nu door de Moskovieten als grensgebied ervaren (grens = kraj, vandaar Oekraïne = grensgebied, grensland). Een deel kwam onder Pools bewind en pas in de 17e eeuw (1654) kwam er een opdeling van het land in twee: het westen bleef bij Polen (Galicië, Wolhynië, Lviv), het oosten kwam bij Moskou. Dit was het gevolg van een bloedige burgeroorlog.

Rusland heeft dit verlies van het oorspronkelijke land (Roes, Kiëv-Roes), ‘de geboorteplaats van de Russische dynastie’ (75) nooit verkropt. Heel de geschiedenis door is het blijven denken aan, werken aan, dromen van één groot Russisch rijk, dat zowel Groot-Rusland, Klein-Rusland (= Oekraïne) als Wit-Rusland zou omvatten. Dat dit door de historische omstandigheden een niet realistische droom, ‘een conservatief utopia’ was, drong niet tot de Russen door. Zelfs de Russische president Poetin blijft nu nog altijd hameren op de eenheid van Russen en Oekraïners. De conclusie van Plokhy is ondubbelzinnig: ‘Het imperiale concept van een grote Russische natie is verdwenen en geen enkel restauratieproject kan het weer tot leven wekken, hoeveel bloed en rijkdommen er ook worden opgeofferd aan de poging om een conservatief utopia te laten herleven’ (448).

Cruciaal staat dan ook de vraag of Rusland Oekraïne moet loslaten? ‘Gaat Rusland een moderne natiestaat worden of blijft het een gesnoeid imperium, dat zich steeds weer in nieuwe conflicten stort door de fantoompijn van verloren territoria en de glorie van het verleden?’ (450) Hierbij verwijst de auteur naar het Russische Wereld project van de jaren 2000 (Roesski Mir), een aanvankelijk cultureel geïnspireerd project om alle Russischtaligen waar ook ter wereld – buiten de grenzen van de Russische Federatie, in het zgn. Nabije Buitenland (= ex-Sovjetrepublieken) samen te brengen. In plaats van de wereld Poesjkin en de Russische taal te brengen, wordt Roesski Mir nu geassocieerd ‘met een landroof die duizenden doden en gewonden had opgeleverd en het leven van miljoenen had ontwricht’ (446).

In de geschiedenis van Plokhy komen alle facetten aan bod: politieke, diplomatieke, religieuze, culturele, taal, mentaliteit, beeldvorming, misverstanden, strijd, verzet, berusting. Dat het niet alleen om Rusland en Oekraïne gaat, maar dat ook Polen een belangrijke rol speelt in de animositeit tussen de twee ‘broedervolken’ en dat ook de religie (orthodox-uniaat) de twee heeft verdeeld, maakt alles nog ingewikkelder.

Dit is dus geen geschiedenis van Rusland en ook niet van Oekraïne, maar van de betrekkingen tussen beide: de gemeenschappelijke wortels, de vervreemding, het uiteengroeien, de pogingen tot toenadering, de oorlog van de laatste jaren. Een goed geschreven boek, met kennis van zaken, gedetailleerd, met de nodige noten en kaarten. Voor iedereen die iets wil begrijpen van deze complexe regio, is dit boek een aanrader.

Emmanuel Waegemans