Wetenschap & Cultuur

Wetenschap en Cultuur is een belangrijke pijler van het Nederland-Rusland Centrum. Het NRCe organiseert culturele programma’s en biedt daarnaast onderwijsprogramma’s over uiteenlopende onderwerpen aan. Het NRCe heeft jarenlange ervaring met archiefonderzoek in Russische archieven en heeft enkele databases met Russische archivalia in beheer. Ook organiseren wij met enige regelmaat publieksgerichte lezingen over uiteenlopende onderwerpen.

Het NRCe is het initiatief van de Rijksuniversiteit Groningen en de Gasunie. De wetenschappelijke kennis, waarover het Nederland Rusland Centrum beschikt, wordt door diverse instituten en overheidsinstellingen benut, zoals o.a. het Instituut Clingendael te Den Haag, alsmede enkele Nederlandse ministeries.

 

Nieuwsoverzicht

Serhii Plokhy. Het verloren koninkrijk. De geschiedenis van Rusland van 1470 tot heden.

Serhii Plokhy. Het verloren koninkrijk. De geschiedenis van Rusland van 1470 tot heden. Het Spectrum, Houten, 2018, 496 p. ISBN 978 90 00 36078 9.

Rusland is sinds 2014 voortdurend in het nieuws, helaas niet altijd ten goede. De invasie/annexatie/herovering van de Krim in de lente van 2014 en het neerhalen van het MH17 vliegtuig boorden de goodwill die bestond na de triomfantelijke Olympische Spelen van Sotsji de grond in. Voortdurend wordt er met sancties gezwaaid of gedreigd. Door de oorlog in Oekraïne (Donetsk en Loegansk) is het vertrouwen helemaal weg. Er schijnt een onoverbrugbare kloof op te doemen tussen Rusland en het Westen. Rusland zou zich bovendien ook meer en meer afkeren van het Westen en ofwel aansluiting zoeken bij het Oosten ofwel, indien dat niet lukt, zijn ‘eigen weg’ proberen te gaan. De laatste jaren werpt Rusland en het Poetinregime zich op als de conservatieve bewaarder van de traditionele westerse waarden, die door het liberalisme, de mensenrechten e.d. verwaterd zouden zijn.

Wie het nieuws op de Russische televisie volgt, raakt niet wijs uit wat er in Oekraïne nu eigenlijk aan het gebeuren is. De Russische media schilderen de Oekraïeners af als een bende fascisten die moordend door de straten trekken, al dan niet met hakenkruisen of met beeltenissen van Oekraïense nationale helden, die (toevallig?) tegen de Russen/Sovjets vochten tijdens of in de nasleep van WO II. Rusland schijnt niet te willen begrijpen dat het zijn buurland/broederland Oekraïne enorm veel leed heeft aangedaan – russificatie van het land, verbod van het Oekraïens, sovjetisering, hongersnood, kampen, en dit met het argument dat het Russische volk evenveel (of meer) te lijden heeft gehad van het communistische regime.

Al die gevoeligheden, conflicten, onopgeloste problemen en onuitgesproken vijandigheden doen iemand vertwijfelen bij een poging om de geschiedenis van de betrekkingen tussen beide buur/broederlanden te schrijven. De Oekraïense hoogleraar van Harvard Serhii Plokhy heeft het gewaagd en is in zijn opzet geslaagd. Ook al is hij Oekraïner en dus mogelijk emotioneel betrokken bij het onderwerp, toch blijft hij rustig en nuchter en zet hij alles correct op een rijtje. En dat is geen sinecure. Hij laat de geschiedenis beginnen in 1470, het einde van de Gouden Horde in Rusland, dat na 250 jaar een eind maakte aan de Mongoolse bezetting van het land. Door de omstandigheden, die uitvoerig beschreven worden, was het vroegere Rusland, het zgn. Roes (Русь) of ook wel Kiëv-Rusland genoemd, vervreemd van het noorden. Precies door de inval van de Mongolen (1230) verschoof het machtscentrum naar het noorden, de streek rond Moskou, dat in de loop van de 15e eeuw het nieuwe machtscentrum werd. Terwijl het oorspronkelijke land Roes genoemd werd, verscheen eind 15e eeuw voor het eerst de naam Rossija. Het land in het zuiden werd nu door de Moskovieten als grensgebied ervaren (grens = kraj, vandaar Oekraïne = grensgebied, grensland). Een deel kwam onder Pools bewind en pas in de 17e eeuw (1654) kwam er een opdeling van het land in twee: het westen bleef bij Polen (Galicië, Wolhynië, Lviv), het oosten kwam bij Moskou. Dit was het gevolg van een bloedige burgeroorlog.

Rusland heeft dit verlies van het oorspronkelijke land (Roes, Kiëv-Roes), ‘de geboorteplaats van de Russische dynastie’ (75) nooit verkropt. Heel de geschiedenis door is het blijven denken aan, werken aan, dromen van één groot Russisch rijk, dat zowel Groot-Rusland, Klein-Rusland (= Oekraïne) als Wit-Rusland zou omvatten. Dat dit door de historische omstandigheden een niet realistische droom, ‘een conservatief utopia’ was, drong niet tot de Russen door. Zelfs de Russische president Poetin blijft nu nog altijd hameren op de eenheid van Russen en Oekraïners. De conclusie van Plokhy is ondubbelzinnig: ‘Het imperiale concept van een grote Russische natie is verdwenen en geen enkel restauratieproject kan het weer tot leven wekken, hoeveel bloed en rijkdommen er ook worden opgeofferd aan de poging om een conservatief utopia te laten herleven’ (448).

Cruciaal staat dan ook de vraag of Rusland Oekraïne moet loslaten? ‘Gaat Rusland een moderne natiestaat worden of blijft het een gesnoeid imperium, dat zich steeds weer in nieuwe conflicten stort door de fantoompijn van verloren territoria en de glorie van het verleden?’ (450) Hierbij verwijst de auteur naar het Russische Wereld project van de jaren 2000 (Roesski Mir), een aanvankelijk cultureel geïnspireerd project om alle Russischtaligen waar ook ter wereld – buiten de grenzen van de Russische Federatie, in het zgn. Nabije Buitenland (= ex-Sovjetrepublieken) samen te brengen. In plaats van de wereld Poesjkin en de Russische taal te brengen, wordt Roesski Mir nu geassocieerd ‘met een landroof die duizenden doden en gewonden had opgeleverd en het leven van miljoenen had ontwricht’ (446).

In de geschiedenis van Plokhy komen alle facetten aan bod: politieke, diplomatieke, religieuze, culturele, taal, mentaliteit, beeldvorming, misverstanden, strijd, verzet, berusting. Dat het niet alleen om Rusland en Oekraïne gaat, maar dat ook Polen een belangrijke rol speelt in de animositeit tussen de twee ‘broedervolken’ en dat ook de religie (orthodox-uniaat) de twee heeft verdeeld, maakt alles nog ingewikkelder.

Dit is dus geen geschiedenis van Rusland en ook niet van Oekraïne, maar van de betrekkingen tussen beide: de gemeenschappelijke wortels, de vervreemding, het uiteengroeien, de pogingen tot toenadering, de oorlog van de laatste jaren. Een goed geschreven boek, met kennis van zaken, gedetailleerd, met de nodige noten en kaarten. Voor iedereen die iets wil begrijpen van deze complexe regio, is dit boek een aanrader.

Emmanuel Waegemans

Boris Pasternak. Dokter Zjivago.

Boris Pasternak. Dokter Zjivago. Amsterdam, Van Oorschot, 2016, 687 p. Vert. Aai Prins.

Pasternak was een van de grote Russische dichters van de XXe eeuw die in de jaren dertig niet meer kon publiceren en moest vluchten in vertalingen van Duitse, Engelse en Georgische schrijvers. Het is voor velen een raadsel dat hij de terreur van Stalins vleesmolen overleefd heeft. Na WO II begon hij in stilte te werken aan zijn roman Dokter Zjivago, waar hij ongeveer tien jaar aan geschreven heeft. De roman wordt afgesloten met een cyclus van 25 gedichten, waarvan er tien konden verschijnen in 1954. Toen werd ook de publicatie van de roman zelf aangekondigd, maar wellicht door de voor de Sovjets dramatische gebeurtenissen in Polen en Hongarije in 1956 werd de roman verworpen als ‘historisch niet objectief’. Inmiddels waren de vertaalrechten al verkocht aan de Italiaanse (communistische) uitgever Feltrinelli, die het boek in 1957 uitbracht. Algauw werd het boek vertaald in alle talen, het werd een sensatie – voor het eerst bracht een gerenommeerd schrijver vanachter het IJzeren Gordijn kritiek op het marxisme en de revolutie.

In 1958 kreeg Pasternak de Nobelprijs wegens ‘zijn belangwekkende bijdrage aan de hedendaagse poëzie… alsmede aan de vertelkunst, in het spoor van zijn grote Russische voorgangers’. De Sovjets waren razend en noemden de prijs ‘een politieke daad tegen de Sovjetstaat’ en de auteur een ‘binnenlandse emigrant’, ‘een doodsbange bourgeois die zich gekrenkt en beangstigd voelt doordat de geschiedenis niet de kromme wegen ging die hij haar wilde voorschrijven’. Geïntimideerd door de vulgaire hetze van zijn collega’s uit de Schrijversbond (die het boek niet gelezen hadden!), zag Pasternak ‘vrijwillig’ af van de Nobelprijs. Hij smeekte Chroesjtsjov hem niet het land uit te zetten: ‘Vertrek uit mijn Vaderland staat voor mij gelijk aan de dood. Ik ben aan Rusland gebonden door mijn geboorte, mijn leven en werk. Ik kan mij mijn lot niet buiten en los van Rusland voorstellen’.

Het boek werd meteen een bestseller in het Westen, dit werd nog in de hand gewerkt door de verfilming in 1965 door David Lean, die zich tot het verhaal beperkt. De roman heeft klassieke allures: hij speelt zich af op verschillende plaatsen in Rusland, er treden veel personages in op en het schetst een groot historisch kader (1903-1929). Het boek verhaalt de lotgevallen van dokter Joeri Zjivago die met zijn gezin op de vlucht gaat voor de revolutie en in de Oeral een vroegere kennis (Lara) vindt, met wie hij een verhouding begint. Door de chaos van de burgeroorlog, die Rusland in zijn greep heeft, raakt hij gezin en geliefde kwijt en belandt ten slotte in Moskou, waar hij in armoede en verlaten in 1929 sterft.

Het boek heeft geen doorlopende handeling, maar brengt afzonderlijke scenes, wat de auteur door sommige critici als een zwak punt werd aangerekend, het werk zou te ‘fragmentarisch’ en te ‘impressionistisch’ zijn. Net of het Pasternak om een episch samenhangend verhaal van een rationeel verklaarbare wereld te doen zou zijn geweest! De roman is in de eerste plaats een lyrische en geen epische tekst. Het gaat niet zozeer om de geschiedenis van Rusland in de XXe eeuw, maar om de dichter en hoe hij zich tot de wereld richt, het gaat om de innerlijke ervaring van de schrijver. Kritiek was er ook op het toeval dat in de roman een grote rol speelt. De 25 gedichten die het boek afronden, zijn geen appendix, maar een integrerend deel van de roman, ze bieden een sleutel tot de interpretatie van het boek als poëtische tekst. Heel het boek zit vol metaforen en symbolen en de levensweg van Joeri Zjivago wordt religieus ingebed (zijn leven is de calvarie die hij vrijwillig aanvaardt, zijn dood de verrijzenis). Joeri Zjivago is een typische vertegenwoordiger van de culturele elite die na de revolutie probeert haar onafhankelijkheid te bewaren en zo kun je de roman lezen als de lyrische monoloog van een intellectueel die in de jaren dertig een droevig lot te wachten staat.

Het boek is niet pessimistisch, het is eerder een loflied op het leven, waarin de natuur, de liefde en de schoonheid boven alles staan, het leidmotief is het licht (zoals in het gedicht Winternacht). Je kunt het ook bezwaarlijk een politieke roman noemen, het is een filosofisch boek. Zjivago rebelleert niet tegen de Sovjetstaat, hij is integendeel bereid zijn lijdensweg tot het einde te gaan, maar hij staat wel op in naam van een vertrapt ideaal – het individu. De polemiek in de roman ligt niet op het politieke, maar op het morele vlak: ‘ik kan niet meer in extase geraken over de ideeën van een algemene vervolmaking, zoals die sinds de Oktoberrevolutie worden uitgedragen’ en ‘ik word wanhopig als ik hoor over een herschepping van het leven’ of ‘Het goede moet door middel van het goede worden bereikt’. De visie van Zjivago op het revolutionaire Rusland: ‘van heel Rusland is het dak weggeblazen en samen met het hele volk zitten we in de openlucht’.

Vorig jaar werd bekend dat de roman een grote rol heeft gespeeld in de Koude Oorlog: de CIA heeft mede de Russische editie van Pasternaks boek gefinancierd en meegewerkt aan de illegale verspreiding ervan onder Sovjetburgers (o.a. tijdens de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel). Het boek heeft geschiedenis gemaakt in de Sovjetunie: het was het eerste werk van de zgn. ‘tamizdat’ (werken die in de Sovjetunie verboden waren, maar in het Westen gepubliceerd en teruggesmokkeld werden achter het IJzeren Gordijn). Het is een van de meest gelezen en uitgegeven werken van de XXe-eeuwse Russische literatuur en zal ongetwijfeld de XXIe eeuw overleven als een van de indrukwekkende werken van een grote onafhankelijke intellectueel. De hetze rond zijn boek heeft Pasternak gekraakt. Later zou partijleider Chroesjtsjov toegegeven hebben dat de hardleerse partijjongens hem te grazen hadden gehad en dat hij de roman gewoon had moeten uitgeven.

Dit boek was toe aan een nieuwe vertaling. De oude vertaling van Nico Scheepmaker moet nu de plaats ruimen voor een nieuwe, sprankelende vertaling van Aai Prins. Een fantastische aanwinst van de Russische bibliotheek van Van Oorschot.

 

Emmanuel Waegemans