Recensies

Van Leningrad naar Sint-Petersburg. Nederlandse herinneringen aan een wonderlijke stad

Van Leningrad naar Sint-Petersburg. Nederlandse herinneringen aan een wonderlijke stad, red. Wil van den Bercken & Arthur Langeveld. Amsterdam, Pegasus, 2019, 166 p. ISBN 978 90 6143 456 6.

De titel is niet onbekend in Rusland: er zijn al heel wat memoires verschenen van mensen die de overgang hebben meegemaakt van het oude, keizerlijke, tsaristische Sint-Petersburg naar het communistische Leningrad. Daarbij valt al meteen de taalkundige shift op: van het vreemde (Duitse, Nederlandse) burg naar het Russische grad. Ook al tijdens WO I werd de naam van de stad verrussischt tot Petrograd. Toen het communisme eindelijk viel (persoonlijk was ik er in de jaren tachtig heilig van overtuigd dat het niet zou standhouden), werd er verhit gediscussieerd in de stad van Peter/Lenin welke naam de postsovjetstad nu moest krijgen. Er werden heel wat voorstellen gelanceerd, o.a. door Solzjenitsyn, die pleitte voor Nevograd (stad aan de Neva) en zelfs voor Svjato-Petrograd (St. Petrograd, p. 13), maar uiteindelijk werd het weer de oude naam – Sankt-Peterboerg. Het voorvoegsel ‘sint’ zal zichzelf nog moeten bewijzen.

Dit boekje nu gaat over hoe enkele Nederlandse slavisten het oude Leningrad ervaren hebben en wat ze nu vinden van het nieuwe Sint-Petersburg. Het levert aangename en nuttige lectuur op. Je ziet telkens weer Nederlandse slavisten opduiken in de studentenflat aan de Sjevtsjenkostraat op het Vasiljevski Ostrov, de studentenbuurt met de universiteit, de filologische faculteit, de Academie der Wetenschappen en het Mensjikovpaleis (vol tegels in Delfts blauw). Je hoort vertrouwde verhalen over miserabele woonplekken, vieze traphallen, hopeloos verouderde infrastructuur, hier en daar kakkerlakken, armoede, lege winkels, monotoon eten (elke dag weer kool), achterlijke voorzieningen voor studenten (haast ontoegankelijke fotokopieerapparaten) en natuurlijk het in de gaten gehouden worden door de veiligheidsdiensten en of door je medebewoners.

Marquis de Custine. La Russie en 1839.

Marquis de Custine. La Russie en 1839. USA, Createspace Independent Publishing Platform, 2016, 358 p. ISBN 9781523630226 (Nederlandse editie – niet volledig : Brieven uit Rusland. Amsterdam 1978).

Na de Mongoolse overheersing en het tot standkomen van Moskovië werd Rusland opnieuw ontdekt door westerlingen in de XVIe eeuw. Het eerste boek van de nieuwe tijd dat in het Westen over Rusland uitkwam, noemde het land een ‘rude and barbarous kingdom’... De Engelse auteur was in het land ten tijde van Ivan de Verschrikkelijke (niet meteen de sympathiekste tsaar) en was getuige van de bloedige oorlog die Ivan IV tegen de bojaren voerde. Dit oordeel is een cliché over Rusland geworden: wreed en barbaars. (Wat zou een Italiaanse reiziger over de Zuidelijke Nederlanden geschreven hebben, was hij terechtgekomen in de «Spaanse Furie»?).  Door de uitgebreide contacten van Engelse en Nederlandse kooplui en westerse diplomaten verschenen heel wat boeken in de XVIe en XVIIe eeuw die decennialang, soms eeuwenlang gelezen werden door Ruslandreizigers die op het punt stonden te vertrekken. Veelgelezen boeken waren: Herberstein (Rerum Moscoviticarum Commentarii,1549), Possevini (Moscovia, 1586), Olearius (Orientalische Reise, 1647), Massa (Histoire des Guerres de la Moscovie, begin 17e eeuw), Witsen (Noord en Oost Tartarye, 1692). Als je ze aandachtig en in chronologische volgorde leest, valt op dat de meeste reizigers aan elkaar ontlenen en dat dus (voor-) oordelen van het ene boek in het andere terechtkomen.

Erika Fatland. De grens.

Erika Fatland. De grens. Amsterdam, De Geus, 2019, 720 p. ISBN 978 90 445 4087 1. Oorspr. titel: En Reise Rundt Russland (2017). Vert. uit het Noors door Maud Jenje.

De niet meer zo jonge, maar ervaren Noorse reizigster en journaliste Erika Fatland onderneemt een ambitieuze reis langsheen alle buurlanden van Rusland (Sovjetunie) in een poging ‘om vanuit het gezichtspunt van de buren een land en een volk te begrijpen’ (58). Die poging levert interessante lectuur op over de veertien landen aan de grens met Rusland. Het is ondoenbaar om het boek na te vertellen, zoveel landen, zoveel volken, zoveel geschiedenissen komen aan bod, maar één ding is zeker: zonder uitzondering hebben ze allemaal een kater overgehouden aan de nabuurschap van het grootste land ter wereld.

Na enige tijd begint het de auteur te dagen dat ‘de Oost-Europese geschiedenis om duizelig van te worden is’ (500). De road movie vertellen vergt ook een grote brok geschiedenis, zonder welke zo’n boek geen zin zou hebben. Maar nergens verliest de auteur zich in details die niet relevant zijn voor haar verhaal en invalshoek. Soms wordt het haar te veel en ‘vervloekte ik mezelf dat ik Rusland had uitgekozen als specialisatie’ (414). Akelig is ook het fysiek-psychologische landschap dat overal op de ruïnes van het Sovjetrijk aanwezig is: megalomane standbeelden, vervallen gebouwen, heroïsche metrostations, cultuurpaleizen, martelkamers, afluisterapparatuur, Goelag, prikkeldraad, rode sterren, dat alles onder ‘een vederlichte laag postcommunistisch stof’ (577-578). ‘Geen van de landen die ik had aangedaan was zonder wonden of littekens als gevolg van het buurschap met Rusland. Vooral de kleinere volken waren door de eeuwen heen vermalen tussen de molensteen, verscheurd door de oorlogen van de grootmacht en sindsdien overal verspreid.’ (692)

Orlando Figes. Europeanen. Het ontstaan van een gemeenschappelijke cultuur.

Orlando Figes. Europeanen. Het ontstaan van een gemeenschappelijke cultuur. Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 2019, 623 p. ISBN 978 90 468 2504 4 (Oorspronkelijke titel: The Europeans: Three Lives and the Making of a Cosmopolitan Culture). 

De Britse historicus Orlando Figes stond tot nu toe bekend als auteur van enkele prachtige studies over Rusland: over de Russische revolutie, de Russische cultuur, de Krim-Oorlog en de zwijgcultuur na de dood van Stalin (De fluisteraars). Allemaal stuk voor stuk goed gedocumenteerde en leesbare boeken over belangrijke problemen van de nieuwste geschiedenis.

Nu heeft Figes ons verrast met een nieuw boek dat over een totaal ander onderwerp en over een andere regio gaat. Het boek koestert de ambitie de lezer duidelijk te maken hoe de ‘Europese cultuur’ ontstaan is, wanneer, door wie, wat het ontstaan van die gemeenschappelijke cultuur mogelijk heeft gemaakt, en wanneer die afgelopen was. Hoe kwam het dat we rond 1900 overal op het continent dezelfde boeken lazen, dezelfde schilderijen bekeken, naar dezelfde muziek luisterden? ‘Mijn streven is Europa te benaderen als een plek voor grensoverschrijdende cultuuroverdracht, vertaling en uitwisseling, waardoor een ‘Europese cultuur’ in het leven werd geroepen – een internationale synthese van kunstvormen, ideeën en stijlen – die Europa onderscheidde van de rest van de wereld.’ (p. 20)

Om dit verhaal uit te werken, plaatst de auteur drie mensen centraal: de Russische schrijver Ivan Toergenjev (1818-1883), de zangeres en componiste Pauline Viardot (1821-1910) en haar echtgenoot Louis Viardot (1800-1883), toen een belangrijk criticus, onderzoeker, uitgever, theateruitbater, republikeins activist, journalist en vertaler. Deze figuren zijn goed gekozen: alles draait weliswaar rond de literator en de zangeres, die minnaars waren, maar wel centrale figuren in het culturele Europa van midden 19e eeuw - ze reisden door heel Europa, woonden in Frankrijk, Spanje, Rusland, Duitsland en Engeland, ze spraken verscheidene westerse talen, en ze kenden iedereen die er in die tijd toe deed op gebied van literatuur, muziek, theater, opera, journalistiek. De drie hebben een groot aandeel gehad in het tot stand brengen van de Europese cultuur die met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verdween en door Stefan Zweig in zijn prachtige memoires Die Welt von Gestern (1942) beschreven werd.

Buitenlandse specialisten in het Rusland ten tijde van Peter de Grote

Inostrannye specialisty v Rossii v ėpochu Petra Velikogo. Biografičeskij slovar’ vychodchev iz Francii, Vallonii, frankojazyčnych Švejcarii i Savoji. 1682-1727. [Buitenlandse specialisten in Rusland ten tijde van Peter de Grote. Biografisch lexicon van inwoners van Frankrijk, Wallonië, Franstalig Zwitserland en Savoye]. Moskou, uitgeverij Lomonosov’, 2019, red. V.S. Ržeuckij en D.Ju. Guzevič, 799 p. ISBN 978-5-91678-466-4.

Dit naslagwerk over ‘Buitenlandse specialisten in Rusland tijdens het bewind van Peter de Grote’ werd uitgebracht in samenwerking met het Duits Historisch Instituut in Moskou, het Lichatsjov Fonds en het Peter de Grote Instituut in Sint-Petersburg. Het is een indrukwekkende encyclopedie van Franstaligen die mede het Rusland van Peter hebben helpen (uit-) bouwen. De auteurs van dit omvangrijke naslagwerk zijn niet aan hun proefstuk toe. Vladislav Rjeoutski is de auteur van European Francophonie: The Social, Political and Cultural History of an International Prestige Language (Oxford 2014) en Dmitri Gouzévitch is een van de eminente kenners van het Petrinische tijdperk, o.a. als auteur van de eveneens indrukwekkende bibliografie over het Grote Gezantschap van Peter (Pervoe evropejskoe putešestvie carja Petra. Analitičeskaja bibliografija za tri stoletija 1697-2006) en vast medewerker aan het Peter de Grote Instituut in Sint-Petersburg, dat elk jaar een internationale conferentie rond Peter de Grote organiseert.

Dit boek is een noodzakelijke aanvulling op vele andere die vooral Duitse en Nederlanse arbeidskrachten in Rusland behandelen. Bekend zijn de studies van Amburger (Die Anwerbung ausländischer Fachkräfte für die Wirtschaft Russlands vom 15. bis ins 19. Jahrhundert, Wiesbaden 1968) of de door het NRC van Groningen uitgegeven lexicon van Boris Makarov. Gollandcy v Rossii v pervoj polovine XVIII veka [Nederlanders in Rusland in de eerste helft van de XVIIIe eeuw] (Sint-Petersburg 2009). Alleen al in het eerste kwart van de 18e eeuw werkten er tussen de drie en vijfduizend buitenlanders in Rusland, waaronder heel wat Nederlanders. Alleen al uit deze twee werken moge blijken dat de bouw van een nieuw, volgens de uitdrukking (1721) van de Duitse diplomaat Weber “verändertes Rußland” onmogelijk zou zijn geweest zonder buitenlandse specialisten aan te trekken. In volle Koude Oorlog is dit standpunt met veel verve uitgewerkt in het boek van Werner Keller. Ost minus West = Null. Der Aufbau Rußlands durch den Westen (1960), dat op het gebied van de Ruslandkunde een bestseller is geworden.

Pagina's