Recensies

Kristof Vereecke. Klein Rusland

Kristof Vereecke. Klein Rusland. Antwerpen, EPO, 2018,135 p.
Twintig jaar lang heeft de Vlaamse regering gedebatteerd over het dorp Doel: of het al dan niet moet verdwijnen ten gunste van de uitbreiding van de Antwerpse haven. Inmiddels is het dorp leeggelopen, huizen staan leeg te verkrotten, maar enkele hardnekkige inwoners weigeren te verhuizen. Enkele weken geleden werd dan ineens op het nieuws meegedeeld dat Doel toch zou kunnen blijven bestaan.
Onlangs vernam ik ook via het nieuws dat «Klein-Rusland» zou moeten verdwijnen. Dat is de mooiste modernistische tuinwijk van België (p. 18) vlakbij Zelzate, ‘de oudste sociale woonwijk van het land’ (p. 32). Het begon allemaal in 1910, toen het bedrijf Kuhlmann van Rijsel een zwavelzuur- en superfosfaatfabriek wilde oprichten. Al in 1912 gingen de fabriekspoorten open. Omdat het algauw een succes werd, besloot de directeur Peniakoff een tuinwijk te bouwen om de arbeiders te huisvesten. De wijk werd ontworpen door de gerenommeerde architect Huib Hoste, die hulp kreeg van de Russische emigrant Alexis Veretennikov, die voor het bolsjewisme op de vlucht was geslagen. De Rus moest toezicht houden op het project La Société Coopérative Locale des Habitations à Bon Marché de Selsaete (goedkope woningen in Zelzate). Hij stierf al in 1927, maar Klein Rusland (zoals het dorp genoemd wordt) was inmiddels een feit.


Als lid van de Nederlandse architectuurbeweging De Stijl heeft Hoste van de wijk een moderne woonruimte gemaakt. Zijn modernistische tuinwijk zou model hebben gestaan voor andere fabriekswijken in Vlaanderen (p. 59).

In 1990 schreef Erik Verpaele de roman Alles in het klein over dit Fabrieksdorp, het product van de visionaire industrieel Dimitri Peniakoff (p. 85). De roman werd in 1992 met de NCR-prijs bekroond Het is een lofzang op een stilaan ten dode opgeschreven leefbare gemeenschap. Weer een stukje Russische geschiedenis in België dat verdwijnt.
Voor wie belangstelling heeft voor de ietwat nostalgische wereld van vroeger, waar iedereen nog iedereen kende en iedereen nog met zijn buren sprak, is dit boekje met zijn vele getuigenissen over een op verdwijnen staand stukje erfgoed aangewezen lectuur.

Boris Pasternak. Dokter Zjivago.

Boris Pasternak. Dokter Zjivago. Amsterdam, Van Oorschot, 2016, 687 p. Vert. Aai Prins.

Pasternak was een van de grote Russische dichters van de XXe eeuw die in de jaren dertig niet meer kon publiceren en moest vluchten in vertalingen van Duitse, Engelse en Georgische schrijvers. Het is voor velen een raadsel dat hij de terreur van Stalins vleesmolen overleefd heeft. Na WO II begon hij in stilte te werken aan zijn roman Dokter Zjivago, waar hij ongeveer tien jaar aan geschreven heeft. De roman wordt afgesloten met een cyclus van 25 gedichten, waarvan er tien konden verschijnen in 1954. Toen werd ook de publicatie van de roman zelf aangekondigd, maar wellicht door de voor de Sovjets dramatische gebeurtenissen in Polen en Hongarije in 1956 werd de roman verworpen als ‘historisch niet objectief’. Inmiddels waren de vertaalrechten al verkocht aan de Italiaanse (communistische) uitgever Feltrinelli, die het boek in 1957 uitbracht. Algauw werd het boek vertaald in alle talen, het werd een sensatie – voor het eerst bracht een gerenommeerd schrijver vanachter het IJzeren Gordijn kritiek op het marxisme en de revolutie.

Dubravka Ugrešić. De vos.

Dubravka Ugrešić. De vos. Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 2017, 352 p. Originele titel ‘Lisica’, uit het Kroatisch vertaald door Roel Schuyt. ISBN 978 90 388 0265 7.

Op de omslag van het boek staat ‘De vos. Roman’, maar de aanduiding van het genre is niet terug te vinden op de titelpagina, de enige serieuze bron voor een professioneel bibliograaf. Het is waarschijnlijk de uitgever die zich deze frivoliteit veroorloofd heeft – in de Kroatische uitgave (Zagreb, uitgeverij Fraktura, 2017) is van roman geen sprake. Niet dat dit een onvergeeflijke zonde is van de Amsterdamse uitgever, maar het dwingt de lezer wel in een bepaalde hoek. Misschien is het een truc van de uitgever, een verkoopstunt – verkoopt een roman niet beter dan een essaybundel?

Dmitrij Guzevič. Putevye zapiski Velikoj osoby (1697-1699)

Dmitrij Guzevič. Putevye zapiski Velikoj osoby (1697-1699). Kritičeskaja istorija publikacij i problema avtorstva. LAP LAMBERT Academic Publishing, Saarbrücken, 2012, 215 S. ISBN 978-3-8383-0544-8

Onder het bewind van Catherina II begon de belangstelling voor de grote hervormer en de grondlegger van het moderne Rusland op gang te komen. In 1788 verscheen in Rusland het Zapisnaja knižka ljubopytnych zamečanij Velikoj osoby stranstvovavšej pod imenem dvorjanina Rossijskago posol’stva v 1697 i 1698 godu (lett. Notitieboekje met interessante aantekeningen van de Hoge Persoon reizende onder de naam van edelman van het Russisch gezantschap in de jaren 1697 en 1698) (Sint-Petersburg 1788).

Twee elementen in de titel van deze anoniem uitgegeven reisnotities hebben historici op een verkeerd been gezet: de aanduiding ‘velikaja osoba’ (hooggeplaatste persoon) en ‘posol’stvo’ (gezantschap, ambassade). Die twee elementen hebben tot de conclusie geleid dat het dagboek (reisnotities) door Peter de Grote geschreven moet zijn. Dit voor de cultuurgeschiedenis van Rusland buitengewoon belangrijk tijdsdocument, een van de zeldzame getuigenissen over de eerste kennismaking van een Rus van de nieuwe tijd met het Westen, werd twaalf keer heruitgegeven (inclusief een Duitse en een Nederlandse vertaling). Elke keer was er sprake van ‘reisnotities door Peter de Grote zelf bijgehouden’ (1830) of ‘door een van de gezanten’ (1830), ‘dagboek van Peter de Eerste’ (1848), enz. In de loop van de tijd werden verschillende hypothesen naar voren geschoven met betrekking tot de vraag wie de auteur zou kunnen zijn. Al in de 19e eeuw kwam men tot het inzicht dat de tsaar de auteur niet kon zijn (aldus Pogodin in de editie van 1831). Vóór de Revolutie verschenen zes edities van de reisnotities, die zich allemaal op verschillende kopieën baseerden, wat erop wijst dat de tekst bekend was en belangstelling genoot, maar wat de tekstologische complexiteit alleen maar vergroot.

Pagina's