Vierhonderd jaar Nederlands-Russische betrekkingen: een genuanceerd verhaal

Binnen het jaar 2013, het Nederland-Ruslandjaar, pas een degelijke beschrijving van de 400 jaar Nederlands-Russische betrekkingen. Deze staan immers in dit jaar centraal! Het Nederland-Rusland Centrum en het Centre for Russian Studies, beide verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen organiseerden daarom op 7 & 8 mei een conferentie gewijd aan deze onderlinge relaties. Op dit congres wisselden ruim 70 historici, slavisten, studenten, journalisten en andere geïnteresseerden van gedachten over de complexiteit van de Nederlands Russische banden. De algemene conclusie van het gevarieerde en multidisciplinaire programma luidde dat het beeld van nauwe vriendschap en goede betrekkingen tussen beide landen vaker mythe dan realiteit was en dat wanneer de banden wél goed waren deze vaker op toeval berustten dan op een welgemeende en wederzijds positieve houding.

In totaal spraken 15 sprekers over een deelonderwerp op het gebied van politieke geschiedenis, literatuur, architectuur, cartografie en taalkunde. Tot de hoogtepunten behoorden onder meer de lezing van Hans van Koningsbrugge, directeur van het Nederland-Rusland Centrum en het Centre for Russian Studies. Hij betoogde dat dat het beeld van vriendschap tussen Nederland en Rusland tijdens de heerschappij van Peter de Grote onjuist is. Tijdens de tweede helft van zijn heerschappij was er juist sprake van een verslechtering in de betrekkingen: ondanks de overduidelijke hollandofilie van Tsaar Peter verstierden illusies, misverstanden, ontvoering, spionage, illegale wapenhandel, psychologische blunders en mismanagement de onderlinge relaties. In zijn bijdrage behandelde Theo van Staalduine een absoluut dieptepunt in de Nederlands-Russische betrekkingen: de periode direct volgend op de Russische revolutie. Hij beschreef de moeilijkheden die de achtergebleven Nederlandse diplomaten en handelslieden moesten doorstaan nadat Nederland formeel weigerde de nieuw gevormde Sovjet-Unie te erkennen: zij dienden op te komen voor de Nederlandse belangen maar de Sovjet-Unie als zodanig geen erkenning te geven. Tony van der Togt vervolgde in zijn lezing met de betrekkingen tussen 1942 en 2013. Volgens hem was er binnen dit tijdsbestek sprake van enkele verschillende episodes waarbinnen de kernbegrippen ‘wantrouwen’ en ‘betrokkenheid’ de boventoon voerden: van het dieptepunt van de Goloeb-affaire ten gevolge waarvan Nederland de Sovjetambassadeur (nadat hij op de vuist was gegaan met de enkele Marechaussees) tot persona non grata verklaarde, tot de euforie in de vroege jaren ’90. Voorts ging Gerrit Voerman (Documentatiecentrum Politieke Partijen) in op de veranderlijke banden die de Nederlandse Communistische partij onderhield met de Sovjet-Unie. Was deze in het interbellum en vlak na de Tweede Wereldoorlog nog als een tweede Vaderland voor de Nederlandse Communistische gemeenschap, verwaterden deze verhoudingen nadat Chroesjtsjov afstand had genomen van het totalitaire Stalinisme; ook droegen de Sovjetinvasies van Hongarije (1956) en Tsjechoslowakije (1968) bij aan de verval van deze broederlijke banden. Op politiek gebied werd er in het bijzonder aandacht gegeven aan de 19e eeuw. Een periode waarin tussen de Oranjes en de Romanovs dynastieke banden werden aangehaald. De lezingen van Jeroen Koch en Dik van der Meulen (beide Universiteit Utrecht) behandelden de Oranje-Romanov-relaties onder de drie Nederlandse koningen Willem. Wat opviel in deze lezingen waren vooral de vaak ijzige relaties tussen de verschillende telgen van de Oranjes en de Romanovs.

Ook de economische betrekkingen konden niet onbesproken blijven; Eric Wijnroks ging in zijn bijdrage in op de vroege Nederlands-Russische handel, in het bijzonder de concurrentie tussen Nederlandse, Duitse en Engelse handelaars tussen 1560-1640 om de pas ontdekte Russische markt. De Nederlands-Russische handelsbetrekkingen en de uitgebreide cartografische vaardigheden van Nederlanders zijn de belangrijkste drijfveren voor de uitgebreide cartografische interesse van Nederlanders voor Rusland; Igor Wladimiroff behandelde dit Nederlandse kaartbeeld van Rusland en de rol van Nederlanders in het in kaart brengen van Rusland in de 18e eeuw. Tjeerd de Graaf ging in zijn bijdrage in op de rol van het werk van een van deze Nederlandse cartografen in het beschrijven van Ruslands grensgebieden in het oosten. Het werk van deze cartograaf, Nicolaes Witsen, blijkt heden ten dage nog altijd actueel: het speelt een rol in het voortslepende grensconflict tussen Rusland en Japan om de Koerillen (per slot van rekening de reden waarom Rusland en Japan zestig jaar na de Tweede Wereldoorlog nog altijd geen vrede hebben gesloten), ook vanuit taalkundig perspectief blijkt Witsens werk een belangrijke bron van informatie over tal van Aziatische minderheidstalen.

Niet alleen de bijdragen van Nederlanders aan de Russische cartografie bleken groot ook op andere gebieden bleek deze niet onaanzienlijk te zijn: Johan Zielstra behandelde in zijn interactieve lezing de noeste arbeid van vele Nederlanders bij het opbouwen van de Nederlandse marine, in het bijzonder die van de uit Nederland afkomstige Russische viceadmiraal Cornelius Cruys. Ad van der Zwaan ging in zijn bijdrage in op de vele waterbouwkundige werken die door Nederlanders ten tijde van de Russische keizerin Catharina de Grote zijn aangelegd. Doorslaggevend in deze relaties is vooral de kennisoverdracht van Nederland naar Rusland, de daadwerkelijke Nederlandse prestaties bleken, naar aanleiding van de discussie op het congres soms twijfelachtig. Evenzo geldt dit voor een veel latere episode: in het kielzog van de Russische revolutie trokken links-geëngageerde Nederlandse architecten naar de Sovjet-Unie om aldaar te helpen bij de opbouw van de heilstaat. Architectuurhistoricus Ferry Vermeer verhaalde over de avonturen van deze architecten en over hun relatief geringe succes veroorzaakt door oeverloze debatten en de uiteindelijke politieke onwenselijkheid van hun plannen binnen de Sovjet-Unie.

Omgekeerd kan gezegd worden dat in literaire zin de invloed van Rusland op Nederland groot was. De Vlaamse slavist Emmanuel Waegemans (KU Leuven) vertelde hoe de Nederlanders in de 19e eeuw de schoonheid van de Russische letteren ontdekte en daar vaak erg enthousiast over werden. Jacqueline Bel (Vrije Universiteit) vervolgde met een lezing over de rol van Tolstoj als intermediair voor mystieke ideeën in de Nederlandse literatuur aan het begin van de 20e eeuw. Tolstoj bleek een belangrijke inspirator voor schrijvers als Louis Couperus en Frederik van Eeden. Mariëlle Wijermars (Rijksuniversiteit Groningen) ging in op de typering van de Russische agent provocateur Jevno Azef in het werk van de Nederlandse auteur Gerard Vanter (Gerard van het Reve sr.) en in het Nederlandse communisme van het interbellum.

Al met al mag geconcludeerd worden dat hoewel de politieke banden tussen Nederland en Rusland de nodige ups en downs heeft gekend de velerlei culturele en economische banden veel invloedrijker zijn gebleken.

Nadat het formele congresprogramma was afgelopen volgde met een informeel congresprogramma. In het Groningse universiteitsmuseum werd de tentoonstelling ‘Russisch Kwartet’ geopend. Deze tentoonstelling behandelt de op het congres besproken cartografische banden tussen Nederland en Rusland alsmede de wetenschappelijke banden tussen beide landen. Ook was er aandacht voor de door Emmanuel Waegemans en Wim Coudenys verrichtte moderne reis van St. Petersburg naar Moskou die verricht was in de voetsporen van de 18e eeuwse Russische schrijver Alexander Raditstsjev en het geromantiseerde beeld dat door ansichtkaarten wordt geschetst van het prerevolutionaire Rusland. De voorzitter van het college van bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen prof. dr. Sibrand Poppema ging in zijn openingswoord in op de bijzondere banden die zijn universiteit heeft met Rusland binnen het kader van het Russisch Skolkovo-project (een nieuw op te richten hightech wetenschapscampus even buiten Moskou). Het congres werd afgesloten met een diner voor alle bezoekers.

Het congres was opgenomen binnen de officiële programmering van het Nederland-Ruslandjaar 2013 en het Noord-Nederland-Ruslandjaar 2013. Bij de totstandkoming van het congres was de financiële steun van een aantal organisaties onontbeerlijk. Een woord van dank komt daarom toe aan het Instituut voor Cultuurwetenschappelijk Onderzoek Groningen, de J.E. Jurriaanse Stichting, de M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting, de Stichting Fonds voor de Geld- en Effectenhandel en de Stichting Nicolaas Mulierus Fonds.

Voor meer informatie kun u terecht bij dhr. Nicolaas A. Kraft van Ermel (+31 50 363 7820). Voor informatie over de tentoonstelling Russisch kwartet zie: http://www.rug.nl/science-and-society/university-museum/exhibitions/2013/russia