Recensies

Heeft Rusland een toekomst?

In april 2019 heeft het Moskouse Levada Centrum de resultaten van een opiniepeiling gepubliceerd waaruit blijkt dat een meerderheid van de Russische bevolking de rol van dictator Stalin in de geschiedenis van het land positief waardeert. 71 % voelde ‘enthousiasme’, ‘respect’ of ‘sympathie’ voor Stalin. Uit een meerkeuzevraag van de enquête blijkt dat 46 % van de Russen van mening is dat Stalins misdaden te rechtvaardigen waren, omdat hij ‘grote doelstellingen en resultaten’ kon voorleggen.

Sjeng Scheijen. De avant-gardisten. De Russische Revolutie in de kunst, 1917-1935

Sjeng Scheijen. De avant-gardisten. De Russische Revolutie in de kunst, 1917-1935. Amsterdam, Prometheus, 2019, 587 p.

In de opdracht van zijn boek over de geschiedenis van de avant-garde in Rusland citeert Sjeng Scheijen Nikolaj Poenin, iemand die zich altijd voor de avantgardistische kunstenaars heeft ingezet: ‘Hoe wij allen ten onder gingen, eens zal iemand dat begrijpen’. Poenin ging er dus van uit dat die ondergang niet te begrijpen viel, en dat hoeft niet te verwonderen, want waarom zou een boeiende, grote kunst ten onder moeten gaan? Scheijen is er perfect in geslaagd ons de achtergrond van de ondergang van deze schitterende groep mensen, denkers, schrijvers en kunstenaars in Sovjet-Rusland te beschrijven. Zijn boek is magistraal: verzorgd geschreven, met een overvloed van getuigenissen, heel gedetailleerd, maar zonder dat het onleesbaar of vermoeiend wordt. Hij heeft het epos van het avant-gardisme geschreven dat pas bevattelijk wordt omdat het zo gedetailleerd en in geuren en kleuren verteld wordt. De bibliografie alleen al is indrukwekkend, niet alleen door de omvang, maar ook door de verscheidenheid van de geciteerde bronnen en getuigenissen. Dit is een krachttoer die alle lof verdient. En vertalingen naar grote talen.

Het boek gaat over ‘de confrontatie en de verbintenis van de avant-gardisten met de revolutie, en de doem en magie die dat opleverde’ (13). Het tragische is dat met name de vooruitstrevende, met het verleden brekende kunstenaars, die dan ook nog eens achter de revolutie stonden, door diezelfde revolutie verslonden werden (‘die Revolution entlässt ihre Kinder’). En dit alleen al zegt veel over die zogenaamde revolutie: ze was niet revolutionair, vernieuwend, maar integendeel conservatief en vernietigde genadeloos alles wat op haar weg stond of waarvan zij dachten dat het op hun weg stond. Samen met de andere grote kunstenaars van die tijd (Zilveren Tijdperk) – Majakovski, Achmatova, Mandelstam, Pasternak, Chlebnikov, Tsvetajeva e.v.a. - werden de avant-gardisten het slachtoffer van een bekrompen, behoudende, bange revolutie. In de euforie van Februari 1917 dachten velen dat er een werkelijk ‘utopische samenleving kon aanbreken’ met ‘de verbeelding aan de macht!’ (13). Het lag dus voor de hand dat velen zich bij de revolutie aansloten.

Nikolaj Gogol. Hanz Küchelgarten.

Nikolaj Gogol. Hanz Küchelgarten. Amsterdam, De Wilde Tomaat, 2014, 85 p. Vertaling, inleiding en nawoord van Arie van der Ent. ISBN 978 90 820255 4 5.

Het werk van een van de groten van de Russische literatuur Nikolaj Gogol is goed vertegenwoordigd in ons taalgebied. Maar opvallend is dat twee teksten ontbreken: zijn literaire eersteling Hanz Küchelgarten en Uitgekozen passages uit mijn briefwisseling met vrienden. Dat dit laatste niet de grote voorkeur van russofielen wegdraagt, is begrijpelijk: de ‘brieven’ zijn wellicht door de brave auteur goedbedoelde, maar kwezelachtige opstellen, richtlijnen voor een ideaal leven – als huisvrouw, landheer, onderdaan, orthodoxe gelovige e.d. Taaie lectuur. Door niet-orthodoxe lezers wordt hij als onleesbaar ervaren (ikzelf heb er me twee keer met professionele volharding proberen doorheen te ploeteren), maar misschien moet het werk gezien worden als Gogols bijdrage aan de officiële doctrine van Nicolaas I ‘orthodoxie, autocratie en volksverbondenheid’. Je zou het zelfs als een soort utopie kunnen zien. Na het instorten van de communistische heerschappij en ideologie werd het in de jaren 1990 opgerakeld als een belangrijk orthodox document. De vertaler Arie van der Ent vermeldt in zijn informatief nawoord ‘deze diep trieste verzameling ‘levenslessen’ aan vrienden en bekenden’ (p. 83), misschien is dit een tip voor een van zijn volgende vertalingen?

In diezelfde tijdsgeest is ook Gogols interpretatie van de Goddelijke Liturgie van onder het stof gehaald en uitgegeven. Veel meer dan wat orthodoxe gelovigen zal dit boek niet bereikt hebben.

De kleine uitgeverij De Wilde Tomaat heeft nu de literaire eersteling van Gogol uitgebracht – in de voortreffelijke vertaling van Arie van der Ent, een zeer lovenswaardig en toe te juichen initiatief, ook al was het product van Gogols ‘achttienjarige jonkheid’ (29) tot mislukken gedoemd en werd het op hoon en spot onthaald, of nog erger - op stilzwijgen. De auteur zegt in zijn ten geleide dat veel van de taferelen van zijn idylle niet behouden zijn gebleven (29), wat de stuntelige overgangen verklaart, maar ook moet anticiperen op mogelijke kritiek (een welbekende truc), die niet uitbleef. In de uitgave van dit poëem (lang gedicht) heeft de vertaler een procedé gebruikt dat hij ook in zijn boek over Poesjkin heeft toegepast: getuigenissen van tijdgenoten en de auteur zelf samenbrengen die de ontstaansgeschiedenis van het werk schetsen (p. 10-28). Een recensent schreef vernietigend: ‘Hanz Küchelgarten staat zo bol van de ongerijmdheden, de taferelen zijn dikwijls zo bizar en het lef van de auteur, in zijn poëtische ornamenten, zijn stijl en zelfs zijn prosodie, is zo onverantwoord, dat de wereld er niets aan verloren had als deze eerste poging van dit jeugdige talent onder de korenmaat was gehouden.’ (19-20)

Edwin Trommelen. Het rijk van de BAM. Mijn reis met die andere Trans-Siberië-Express.

Edwin Trommelen. Het rijk van de BAM. Mijn reis met die andere Trans-Siberië-Express. Amsterdam, Gibbon, 2017, 251 p. ISBN 978 94 91363771

Over de langste spoorweg ter wereld – de Transsiberië – is al veel geschreven. Duizenden nieuwsgierige reizigers of russofielen hebben de Transsib uitgeprobeerd en de acht-negen lange dagen in de trein uitgezeten. Veel minder bekend is het traject van de BAM – de Bajkal-Amoer Magistraal, ruim drieduizend kilometer lang en daarmee de tweede grote Siberische spoorlijn. De Transsib is een product van de 19e eeuw, waar in ijltempo aan gewerkt werd, de BAM is het laatste grote project van de Sovjetunie. Toen het in 1974 door partijleider Leonid Brezjnev gelanceerd werd als ‘het grootste civiele bouwproject aller tijden’ (7), wist niemand dat dit de zwanenzang van het communistische regime zou worden. Het regime stortte in, maar de spoorweg kwam er! Tussen medio jaren zeventig en medio jaren tachtig werd je met de BAM rond de oren geslagen: het was een prestigeproject, als het ware het inbegrip van het Sovjetsysteem; qua uitstraling werd het misschien alleen overtroffen door de enorm populaire kosmonaut Joeri Gagarin (8).

Страницы